Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nam. Veel juister, gansch tegenovergesteld verklaart Mr. Groen van Prinsterer: „De Gereformeerde Kerk verkreeg vaste inrigting, geregeld bestuur. Doch haar zelfstandigheid werd somtijds door de Overheden ... bedreigd. De stedelijke Regenten, niet voldaan met toezigt over de Kerk en voor aanmatiging der Predikanten bevreesd, streefden naar invloed, ook op hetgeen Kerkordening en Evangelieprediking betrof" i).

Oldenbarnevelt begon dan een kleine minderheid in de Kerk te sterken tegenover de wettige meerderheid. Verdeel, zoo gij wilt heerschen. Heterodoxen vonden gehoor, steun, vrijheid van propaganda. Orthodoxen ondervonden tegenwerking, moesten zwijgen, werden gezocht in brood en geldbeurs. De Kerk mocht niet meer vergaderen om over de leer te waken. Geen Synoden meer. Stadsregenten stelden onrechtzinnige predikanten aan, en ontsloegen rechtzinnigen naar hartelust. Alles in naam der verdraagzaamheid.

Jacob Arminius, Leiden's onrechtzinnige hoogleeraar, had namelijk een feilen strijd doen ontbranden over de predestinatie en den aankleve van dien. Allerwege in Holland en Utrecht staken onrechtzinnige leeraars, door hun regenten gesteund, het hoofd op. De andere provinciën bleven bij de waarheid. Allerlei fundamenteeledolingen werden gehandhaafd, als de rechtvaardigmaking door het werk des geloofs, de leer van den vrijen wil, het loochenen van de zekerheid der zaligheid in dit leven, en het te ver uitbreiden van de macht der Overheid in religiezaken. In den diepsten grond ging het in de zeventiende, als in iedere eeuw, om de rechtvaardiging door het geloof alleen.

1) Fruin, a. w„ VI 141, die blz. 146 tot inijn voldoening toch óók verklaart: „Maar wat de Kerk met recht vorderen kon. dat de regeering haar vrijheid en zelfregeering toestond, dat werd geweigerd". Mr. Groen van Prinsterer, Handboek der geschiedenis van het vaderland, vierde druk. Amst. 1875, blz. 92. Mart. Schoockius, lielgium federatuin, sive destincta descriptio Reip. Federati Belgii. Amst. 165'2.

Sluiten