Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De strijd concentreerde zich om Belijdenis en Nationale synode. De onrechtzinnigen, naar hun voornaamsten leidsman Arminianen, naar hun vertoog of remonstrantie aan de Staten van Holland Remonstranten geheeten, meenden dat revisie van Belijdenis en Catechismus plaats hebben moest. De rechtzinnigen of Contra-remonstranten achtten, dat herziening zoo noodig plaats hebben mocht. Jaren lang verzochten de laatsten, dat een generale synode zou gehouden worden tot beslissing der leergeschillen. Oldenbarnevelt was sterk gekant tegen zulk een nationale synode als zinnebeeld der ééne volkskerk.

De overheid boven de geestelijkheid,caesaro-papie, leidt noodwendig tot druk. De verdrukking der welgezinden steeg trapsgewijs. Eerst vergunning aan de Arminianen tot prediking van hun leer. Daarna oplegging van stilzwijgen aan de tegenpartij. Vervolgens uitdrijving wegens ongehoorzaamheid. Eindelijk verbod van afzonderlijke godsdienstoefening, op grond van de waarheid der nieuwe leer, of' de onbeduidendheid van het verschil. In de meeste Hollandsche steden waren de kerkgebouwen uitsluitend in handen der onrechtzinnigen. Overal ontstonden klagende of doleerende kerken. De Hervormden, in naburige gemeenten te kerk gaande, werden voor slijkgeuzen gescholden.

Den 21ste» Juni 1616 werd het beruchte plakkaat van Schieland tegen de conventikelen [onkerkelijke samenkomsten] afgekondigd. Het verbood de afzonderlijke prediking op een boete van drie honderd gulden voor den hoorder zoowel als den prediker en op verbeurte van het gebouw of schip. „Zulke plakkaten waren zeker gematigder dan de bloedplakkaten, maar van gelijke strekking. Geen wonder dat zij het volk verbitterden" 3).

1) Fruin, a. w., VI 150. In Rotterdam werd een predikant onbesproken

in leer en teven Geselius gelast, al lijn collega's te erkennen voor miver in de leer; na veel plagen afgezet; eindelijk daar hij, op verioek van eenige hondeiden lidmaten, in de huizen tegen het verbod der vroedschap

21

Sluiten