Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ook de eerste stelling is niet scherp geformuleerd. Zij verwerpt niet duidelijk de rechtzinnige leer, de verkiezing der personen. De tweede stelling is kennelijk onbijbelsch. De derde bevat meer een concessie, dan een afwijking van de orthodoxe leer. De vierde stelling beweert dat de genade kan worden weerstaan, mist echter elke opheldering, hoe dit met de augustiniaansche anthropologie [Augustinus' leer aangaande den mensch] van stelling drie te rijmen zij. De grondgedachte is, dat niemand zonder genade zich ten goede opmaken kan, en dat van de aan allen verleende genade sommigen wel, anderen geen gebruik maken om tot geloof te komen. Legt de Remonstrantie het zwaartepunt wel waarlijk in het eeuwig Wezen en in Zijn gratie ')?

Het verschil raakte dus geen dorre splinterige haarkloverijen, maar het verhevenste voorwerp van ons menschelijk weten, den Almachtige en onze kennis van Hem. Het betrof de heilige Drieëenheid en haar hoogste heerlijkheid, de genade jegens ons. Is de verkiezende genade des Vaders particulier en volstrekt, of universeel en voorwaardelijk? Bedoelt de verzoenende genade des Zoons een particuliere redding der uitverkorenen alleen, of een universeele schoon voorwaardelijke redding van allen? Is de Christus' verdienste toeëigenende genade des Heiligen Geestes bij de bekeering een particuliere en onweerstaanbare en dus stellig haar doel bereikende, of een wel toereikende die echter afgewezen kan worden? En is deze den bekeerde dan inwonende genade tot bewaring van den genadestaat onverliesbaar of slechts

1) Gisbertus Voetius, Proeve van de kraght der Godsaligheyt, met goed ende Christelyck bescheyt op seker Lasterschrift 16-27, ook in 1763 in verbeterden stijl inet voorrede van Comrie uitgegeven, heel II, op lich zelf een geheel, met veranderde spelling door A. R. uitgegeven, Ainst. 1833, I)e uitnemendheid van de leer der Gereformeerde Kerk, tot bevordering van troost en heiligheid; in tegenoverstellingvan de troosteloozeen krachtelooze leer der Remonstranten.

Sluiten