Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een tweede samenkomst van tweemaal drie twistredenaars was even onvruchtbaar. De Delftsche conferentie van 1613 stelde echter in helder licht, aan welke zijde men ontoeschietelijk was. De Staten van Holland hadden 3 December 1611 gelast, dat de Remonstranten met de Gereformeerde kerk ten aanzien van zes punten eenstemmig zouden denken. Betreffende dit zestal hadden de drie Contraremonstrantsche predikanten hun eigen gevoelen en dat der Remonstranten ieder in zestien stellingen samengevat. Over deze twee en dertig stellingen of zes hoofdstukken der leer, als het eigenlijk geschilpunt niet aanroerende, weigerden de Remonstranten zich te verklaren. Was dit nu gehoorzaamheid aan de Staten, aan wie de Remonstranten de regeermacht in de kerk toekenden ? Hun houding is te minder vergeeflijk, wijl de Contraremonstranten, indien de Remonstranten boven de vijf artikelen der Remonstrantie niet meer verschilpunten met de kerk hadden, wel hoopten „eenige bekwame form en bepaling van dulding" te kunnen ontwerpen, die men wederzijds vermocht aan te nemen. Daartoe moest men dus eerst omtrent de zes punten tot

circa sacra, eerst na zijn dood gedrukt. (Zie Luiten, Hugo Grolius nach seinen Schicksalen und Schriften dargestellt, Berlin 1806, S. 60, in Ned■ vertaling 1830). Vóór zijn Commentarii ad non agnitos 99 errores Lubberti a Vorstio objectos, Frau. 1613, had de Franeker hoogl. Sibrandus Lubberti een brief aan den aartsbisschop van Kantelberg geplaatst, waarin hij het beioep van Vorstius naar Leiden krachtig afkeurt (Trigland 671). Als pleitbezorger der Hollandsche Staten trad de Groot op met zijn bitter geschrift 1'ietas Ordinum Hollandiae et Westfrisiae, sive Apologia eoruin, qui Belgio praefuerunt, Lugd. Bat. 1013; in Opera theol. van de Groot IV, p. 49. De godsdienstigheid der Heeren Staten van Holland en Westfriesland. Joh. Bogerman antwoordde met Ad Scripti Hugonis Grotii partes priores duas, in quibus tiactat cuusam Vorstii et Remonstrantium, annotationes. Lubberti met Responsio ad pietatem Hugonis Grotii, 161 i. Godefridiis Sopingius pred. te Bolsward met Apologetica responsio ad libelluin anonymi [anonymus had uitgegeven Bona fides Lubberti]... et ad II. Grotii pietatem, na zijn dood in 1616 door zijn ambtgenoot te B. G. Aeltius uitgegeven. De Groot publiceerde daarop zijn scherpe Bona fides S. Lubberti. V. d. Kemp 119-123.

Sluiten