is toegevoegd aan uw favorieten.

De geschiedenis der Nederlandsche geloofsbelijdenis

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der maandschriften met hun uitbundigen lof of schamperen spot deden veel kwaad.

Eere den mannen, die hun euvelmoed weerstonden. Nog was er geloof, dat uit het kwaad het goed verwachtte. Toen de Universiteit van Duisburg aan den Rijn in 1799 hem den doctoralen graad verleende, schreef de kloeke Rotterdamsche leeraar Jan Scharp zij n Inaugureele dissertatie, over de hatelijke beknibbelingen van ouden en jongen datum, die de waarheid van den Christelijken godsdienst niet doen wankelen, maar zelfs bevestigen J).

Voorts ontstonden twee genootschappen tegen de neologie. Op aansporing der Zuid-Hollandsche synode werd in 1785 gesticht het Haagsche genootschap ter verdediging der voornaamste waarheden van den christelijken godsdienst tegen deszelfs hedendaagsche bestrijders. Aan schrijvers en gevers ontbrak het niet. Nuttige verhandelingen met eeregoud gekroond, verschenen in getale. In 1792 stichtten gegoede gemeenteleden aldaar het Genootschap uit de Hervormden te Rotterdam ter verdediging van den Christelijken Evangelischen godsdienst tegen deszelfs hedendaagsche bestrijders. Jaarlijks zou een predikant tegen ruime belooning zes leerredenen houden.

Sedert de Kerkhervorming was de Gereformeerde kerk in Nederland als publieke of landskerk opgetreden. Uitwendig schonk haar de positie als staatskerk aanzien en invloed, voordeel en voorrecht. Doch geestelijk woog dit alles niet op tegen haar verlies van vrijheid. De kerk van Christus mocht de heerlijkheid haars Konings niet openbaren. Burgerlijke overheden overheerschten de kerk. Zij hieven door het tegenhouden eener nationale

1) Itissertatio inauguralis, de veterum et recentiorum obtractationibus, veritatem religionis Christianae non laberactantibus, immo confirmantibus, Duisb. et liron. Ds. H. H. Barger, }. Scharp, een predikant uit den patriottentijd, Rott. 1906, blz. *2 v.

4