Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zitter vinden de buitenlandsche godgeleerden (exteri) een plaats. Allereerst de Britsche die men met de meeste onderscheiding bejegent, met den lord-bisschop van Landaf George Carleton aan het hootd. De overige plaatsen in de banken zijn door de inlandsche leden (provinciales) bezet. Voor het meerendeel zijn vreemden en inheemschen mannen van erkende verdiensten en onverdachte rechtzinnigheid. Velen werden en worden zelfs door tegenstanders als zeer verdraagzaam geroemd. Het verhaal hunner handelingen de Dordtsche Acta blijft het merkwaardigste boek voor de geschiedenis der Nederlandsche Hervormde Kerk ').

In het midden der zaal tusschen het moderamen en het publiek stond de grootere tafel, waaraan de gedaagde Remonstrantsche predikanten dertien in getal plaatsnamen. Hun leidsman professor Simon Episcopius opende Vrijdag 7 December de hardnekkige worsteling met een uitvoerige rede, zich zei ven en de zijnen als handhavers van verdraagzaamheid en vrijheid, hun tegenstanders als scheurmakers, de geschillen als zeer belangrijk voorstellende.

1) De synode als zoodanig vormde een lichaam (corpus) met leden (membra). Telkens als dat lichaam wettig zitting hield, werd „synode gehouden". Anderen die ter synode verschenen, misten synodaal recht van medebeslissing. Te weten de gedelegeerden der Staten-Generaal, die wel decreten uitvaardigden, maar ten opzichte der synodale besluiten (judicia synodi) zich met adviezen (consilia) moesten vergenoegen; voorts de geciteerde Remonstranten; en alle anderen, die der synode iets kwamen mededeelen. Het corpus synodi bestond uit uitheemschen (exteri) en Nederlanders (provinciales). Elk der beide groepen bevatte colleges (collegia). De vreemden telden er acht, de inheemschen elf. (.Niet tien, gelijk Dr. A. Kuyper meent. De Leidsche professoren, 18. Want zie Index partis tertiae der Acta).

In de vierde zitting waren de 17 artikelen der Algemrene Staten betreffende de handelingen der synode voorgelezen. Vóór alles bevalen zij, over de vyf Artikelen en de bevrediging der kerk, en alleen naar Gods Woord als regel te handelen. Besloten werd, binnen veertien dagen de voornaamste Remonstranten te citeeren. Een lijst van dertien namen werd door de staatsgemachtigden opgemaakt. Intusschen beraadslaagde men over een nieuwe bijbelvertaling, de catechismus-prediking en het catechetisch onderwijs. Dr. H. Kaajan, De pro-acta d. D. S. in 1618, Rott. 1914.

Sluiten