Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nevens praeses en assessoren werden tweemaal drie theologen daartoe verkoren, de bisschop van Landaf, de professoren Scultetus van Heidelberg en Deodatus van Genève, de inlandsche hoogleeraren Polyander en Walaeus, en de • Arasterdamsche predikant Trigland. Dit negental stelde onze vijf Leerregels op. De Remonstranten hebben nooit geklaagd, dat hun gevoelens door de synode verkeerd voorgesteld of oppervlakkig beantwoord zijn. 23 April geschiedde voorlezing en onderteekening der Dordtsche Canones betreffende de controverse punten ').

Ras volgde het oordeel over de Remonstranten. Zij werden van hun ambten en waardigheden vervallen verklaard. De Generale Staten keurden zoowel de leer als het vonnis der synode goed.

Maandag 6 Mei begaf zich de synode in statigen optocht naar de groote kerk van Dordrecht. Krachtens den wil der commissarissen-politiek werden leerregelen en synodale uitspraak door de scribae openlijk voorgelezen. Daarop verklaarde de praeses, dat de leer in confessie en catechismus vervat, in de synode herlezen en met algemeene stemmen goedgekeurd was, als rechtzinnig en met Gods Woord overeenstemmende.

Donderdag 9 Mei 1619 eindigde, wat den buitenlandsche

1) Ze zijn in de Acta p. 279—322 opgenomen. Primum doetrinae caput de divina praedestinatione, behelzende 18 articuli en Reiectio errorum, quibus ecclesiae Belgicae su«it aliquamdiu perturbatae. Daaronder Ita nos sentire et judicare, manuum nostrarum subscriptione testamur. Volgen de handteekeningen van inoderamen, exteri, professores, provinciales. Aldus de 5 capita. De oordeelen der collegiën vormen partes 2 en 3 der Acta. Nog geldt ons wat Duitschland geldt (Merle d'Aubigné, in zijn Duitschland, Engeland en Schotland, blz. 26): ,,Het vergeten en het veronachtzamen van de verkiezing Gods uit genade, heeft Duitschland zeer veel kwaad gedaan, en is een oorzaak van de zwakheid, de weifeling en de onrust die daar heerscht. De leer der verkiezing uit genade is noodzakelijk voor de kracht en de vastheid des geloofs. Wij zouden daarom hartelijk wenschen, dat Duitschland in dit opzicht op zijn schreden terugkeerde; dat het weder gelooide zooals de vaderen geloofd hebben, en zooals ook het tegenwoordig geslacht behoort te gelooven".

Sluiten