Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nederlantsche confessie, soo heb ick opentlick geprotesteert in 't Synode, dat het een vreemde propositie is, die in de Confessie gestelt is, namentlyck dat Christus in-gestelt heeft een evengelyckheyt onder de Predicanten. Ick verklaerde openbaerlyck, dat ick die propositie niet goet en vont, en betoonde dat nergens uyt en kan bewesen worden, dat die even-gelyckheyt van Christo in-gestelt was. Datter twaelf Apostelen en tseventig Discipulen van hem verkoren waren, en dat die Apostelen autoriteyt en opper-gesach over alle anderen gehad hebben, ende dat de kercke die ordre, als van Christo in-gestelt, geduyrig en stantvastig gevolgt en onderhouden hadde. Ik beriep my in dese saecke op het oordeel van de geheele Outheyt, en aller geleerder luyden die in 't leven zijn; Ja ick eyschte wel ernstelyck, dat men my hier op voldoen soude, en of er ymant van de Doctoren in 't Synode was, die het contrarien soude konnen sustineeren".

De kerkregeering was thans niet aan de orde. De bisschop, buiten de agenda gaande, werd gelukkig door niemand beantwoord. Nederlandsche zelfbeheersching bewaarde de eendracht der synode.

Davenant en Goad keurden evenals de bisschop de confessie goed. Met uitzondering van de artikelen over de kerkregeering, waarover zij thans niet oordeelen zouden. Davenant merkte aangaande artikel negen op, „ex effectis nos non posse colligere trinitatem personarum" [dat wij uit de werkingen niet de drieëenheid deipersonen kunnen verstaan]. De praeses antwoordde zeer gevat met te wijzen op de incarnatio Christi [de vleeschwording van Christus].

Ward had in de belijdenis niets gevonden dat heterodox was. Hij vermaande de Nederlandsche kerken, dat zij de woorden in artikel tweeëntwintig: „et tam multa sancta opera" [en zoo vele heilige werken], die in de [Latijnsche] editie van 1612 ontbraken, in de confessie

Sluiten