Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Is dus opze confessie op de Dordtsche synode veranderd of niet?

Met Seldenus lieelt Yoetius over deze vraag strijd gevoerd. Ons onderzoek doet ons het antwoord van den beroemden canonicus beamen: „Wij ontkennen dat er eenige verandering geschied is in den inhoud der Confessie, hetzij door toevoeging van nieuwe, hetzij door weglating van bestaande, hetzij door indeplaatsstelling van andere leerstellingen"!).

Later heeft professor B. de Moor hetzelfde oordeel verdedigd -).

Voetius' opmerking betreft echter uitsluitend den inhoud, de leer der confessie. Het dogma is niet veranderd. Daarentegen heeft geen enkele oude synode zooveel verbeteringen in de bewoording der confessie aangebracht. Op grond der oudste tweetalige teksten van 1561 tot'66,

1) Si intrinseca in ipso corpore confessionis mutatio magna aut parva, aut mediocris unquam facta esset, deberet facta esse sive per additionem, sive per omissiouem seu expunctionem, sive per substitutionem .. .3 Object. Atqui confessio Belgica mutata fuit anno 1619 in synodo Dordracena. Resp. Negamus illam fuisse inutationem sive per additionem, sive per expunctionem, sive per substitutionem. Voetius IV, p. 52 sq., confessie-veranderingen 21—23 en 52—74. Desumi posset ex Joh. Seldeno diflusae lectionis et eruditionis viro [John Selden een geleerd Engelschman, vooral betreflende bybelsche archaeologie ; Herzog Real-encycl.] qui lib. l.de synedriset praefecturis juridiciis veterum Hebraeorum c. 10 pag. 417 ex mutationibus, quae in artic. 31 et

deprehendere se putabat colligere aut saltem suspicari veile videtur ecclesias Belgicas in synodo et per synodum Dordracenam aliquo modo veliticari hrastianis aliisque Caesareo-Papatus aediflcatoribus et institoribus. p. 57; over Seldemus ook 61 en 63.

2) Bernhardini de Moor Commentarius perpetuus in Johannis Marckii Compendium theologiae christianae didactico-elencticum. Partes septein. I'ugduni Batavorum 1761—1771, Pars VI 354—399. Quaenam mutatio in eA [Confessione Belgica] facta fuerit in Synodo Nation. Dordrac. ann. 1618, 1619. Speciatiin quoad articulum XXII, 372 — 377. Over van Os 394—399, naar aanleiding van het slot van Beredeneerd verhaal van N. N. wegens den tegenwoordigen stand etc. in de zaak van Dom. A. van den Os, 2* Mei 1755. Deze blz. handelen over art. 31 der Dordtsche kerkenordening, de sabbathsviering, en de vrije opvatting der synode van Rotterdam 1621 daaromtrent. Of ig nu juist óók handelen, gelijk dr. H. H. Kuyper wil, over het gevoelen Voetius-de Moor, bel wij fel ik.

Sluiten