Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van 1601 tot 08 waren gedurig gedeputeerde predikanten uit de synoden van Gelderland, Groningen en Zuid-Holland tegenwoordig '). Nimmer vergaderde men zonder de eereplaats te zien innemen door twee gecommitteerden der edele heeren Staten van Holland en West-Friesland, die in last hadden „dat insonderheyt regart werde genomen, dat in deze vergaderinge geen politycke saecken, noch daerwt eenige oneenicheyt zoude mogen rysen, noch die den kercken int ghemeyn mochten angaen, verhandelt en zouden werden" l).

Tot bij legging van een geschil tusschen Petrus Aemilius predikant te Broek in Waterland en zijn classis, bepaalde de synode van Hoorn 1602: „Ende, met het classe van Eedam in onser aller teghenwoordicheyt versoenende, sal Petrus die sevenendertich artyckelen van die Nederlantsche Confessie ende die christelycke Catechismum onderteeckenen". In de volgende synode blijkt dit geschied te zijn.

Het achtste van de particularia der synode van Edam 1604 betreft ook den Duitschen professor, van wien wij naar aanleiding der „quaestie van artikel 22" in de Dordtsche synode hoorden spreken. In het schrijven der Fransche kerken treft ons, dat zij zelfs een geheel artikel aan hun confessie toevoegden, en zuiverheid en eenigheid des geloofs tusschen Frankrijk en Nederland bijzonder door beoordeeling der wederzijdsche belydenisschriften nastreefden.

„8. Brief vyt Vranckrijc. — Piscatoris scripta. —- Is

1) Die naar Groningen heeft in 1603 „die acten van die Groninger synoden, gehouden anno 1602 ende 1603, in die vergaderinge overgeleevert". Ook verklaarde hy, „dat hij ende syn adjunct gearbeidet hebben om den standt der kercken aldaer te brengen in gelijckformicheit met die onse". Acta 3.'i6 en 398. Kennisname van de besluiten der andere provinciën en gelijkvormigheid, twee hoofddoeleinden der correspondentie.

2) Acta 288, 345, 367. Men vergaderde van 's morg. 7—11, 's midd. van 2—5, later van 8—11 en van 2—6 uur. Generalia, gravamina en particularia kwamen ter sprake.

Sluiten