Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wel volhardde de kerk onmiskenbaar bij haar verwerping van het Remonstrantisme. Maar zij zon al zeer spoedig op middelen, om de Remonstranten te doen wederkeeren. Reeds de synode van Haarlem 1621 besloot, dat men gedeporteerde [ontslagen] predikanten over hun

«correspondenten" verhoogden den luister der vergadering, vertolkten mondeling of uit hun aoten de meening van hun provincie, en verlichtten den arbeid door wel in synodale commissiën zitting te nemen. Om de onderlinge correspondentie nog meer te versterken, brachten zij de notulen van hun eigen synode als eeregeschenk mee, en verkregen de acten der pas gehouden kerkvergadering als tegengift. Zoodoende bezat en verwierf iedere provincie de acta van haar eigen synoden plus die van gansch Nederland. Ze zijn nog in wezen. Alleen het oud archief van Z-Holland ontbreekt geheel. Daarentegen bezit de Synode der Ned. Herv. Kerk, schoon eerst in 1816 geboren, al den schat die aan Z-Holland heeft toebehoord. Sinds wanneer, schijnt niet bekend. Uit dien schat heb ik mogen ontleenen. Wel niet in mijn eigen woning ondanks ruime borgstelling. Maar dan toch in de Leidsche Universiteits-Bibliotheek zonder drukkende verantwoordelijkheid. Voor zoo veel voorkomende vriendelijkheid betuig ik hier gaarne inijn diep gevoelden dank aan onze Synode van 1913. Meer hijzonder nog dank aan haar dienstvaardigen Secretaris ds. J. Knottenbelt, die mij alle gewenschte faciliteiten onbekrompen verleende.

Niet geringe hulpvaardigheid mocht ik ondervinden van prof. dr. S. G. de Vries directeur der Leidsche Bibliotheek, en van den humanen Conservator der handschriften dr. V. T. Biichner, tot wier studeercel in de handschriftenkamer mij maanden lang hoogst aangenaam toegang verleend werd. Aan beide geleerden bied ik hier mijn oprechten dank.

De notulen der oude Noord-Hollandsche synoden te 's Gravenhag» aanwezig zijn afschriften in folio-formaat, door praesides en scribae wat echtheid aangaat gewaarmerkt. Hun inhoud is dus even deugdelijk als die der oorspronkelijke aanteekeningen te Amsterdam. Voor elk jaar beslaan zij 30 a 40 bladzijden, van jaar tot jaar met andere hand geschreven. Telkens zijn omtrent 10 jaarverslagen saamgebonden in een hechten perkamenten band een handbreed dik. De 15 deelen die ik doorwerkte bevatten : Volumen 1 1621-1629, II 1630- 39, III 1l>40—'49, IV 1650—'59, V 1660-'71, VI 167-2—'90, VII 16111—1707, VIII 1708—17-20, IX 1721—'35, X 173C.— 1744, XI 1745—'52, XII 1753-'61, XIII 1762 '70, XIV 1771—'79, XV 1780- '90, en in losse stukken de acten van 1791—'93 en 1795. Zie ze ook opgenoemd bij II. Q. Janssen, Catal. v. h. oud synodaal archief, 65 v.

Het ware een onsmakelijk geheel, thans in den tekst de gansche vondst der notulen kronieksgewijs weer te geven. Hier volgt wat voegt. Over confessie-uitgaven, ouderwijs, buitenland enz. later.

17

Sluiten