Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In de synode van Hoorn 1623 verijdelde het staatsgezag do poging, om de Dordtsche rechtzinnigheidsformule ook door voorlezers te doen onderschrijven. Zoowel het streven als het stremmen teekent. Artikel 34 een gravamen der classis Edam luidt:

„Off niet behoorlijk en noodig sij, dat oock de voorleesers en voorsangers der kerken, in conformité van de sieckentroosters, onderteeckenen de acte bij den Sijnodum Nationalem gestelt? Antw: jae: doch de H. H. Commissarissen hebben in bedencken gegeven, dat het niet geffectueert werde, dan met kennisse van mijn Heeren de Staeten".

Beter zou welhaast dezelfde poging slagen met betrekking tot de theologische studenten. Over de moderatie mot de Remonstranten handelen wij straks.

In de synode van Edam 1631 luidde het vierde gravamen van Haarlem (art. 30) als volgt.

„Of in toecomende tijden niet noodich sij, dat de studiosi, die preparatorie [voorloopig] geexamineert sullen werden, mede gelijck onder de Synodo Suijdthollandiae, de Canones Synodi sullen onderteeckenen, te meer alsoo

tegengestaan wordt. Kunnen dc tegenstaanden niet daartoe geïuduccerd worden ? Conform de resolutie der synode van Z-Holland wordt den gedeputeerden bevolen, 0111 met de gedeputeerden van Z-Holland en der classis van Dordrecht de synode met alle middelen te bevorderen. De synode van Alkmaar 162li (art. 19) meldt: De gedeputeerden hebben met die van Z-Holland en den kerkeraad van Dordrecht „ingesteld" een remonstrantie aan de StatenGeneraal, die ook aan de respectieve provinciën overgezonden is. Die van Utrecht hebben reeds hun devoir [moeite, plicht] gedaan. De andere correspondenten hebben aangenomen, bet bij de hunnen zooveel mogelijk te procureeren. In de synode van Haarlem 1627 (art. 14) blijkt dit verzoek „om gewichtige redenen, in deese conjuncture van tijden naegelaten te siju". lil de synode van Haarlem 16:13 (art. 46) op de vraag : Moet men in dezen tijd Synode nationaal verzoeken t bekomt de deputaat van Overijssel ten antwoord: De classis synodaal zal de vraag als een gravamen uitschrijven. In de synode van Enkhuizen 1036 (art. 23) beroept Smoulius, gelijk na hem soms een „verdrukte" doen zal, zich op de nationale synode Reeds was de synode ex actis. Zie over de kerkorde de synode van 1624 art. 37, 1625 art. 32, en 1627 art. 13.

Sluiten