is toegevoegd aan uw favorieten.

De geschiedenis der Nederlandsche geloofsbelijdenis

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ren, gevangen zetten en uitbannen van tegenstanders. In '29 werden „publieke tempelen" voor de in '19 veroordeelden getimmerd. Welke ziener of droomer te Dordt zou zoodanige omwending nog wel te Amsterdam geprofeteerd hebben?

Nu liep de maat over. Het gansche land kantte zieh tegen de contra-revolutie. De kerken van Zeeland en Overijssel besloten, aan de Generale en aan de Hollandsche Staten te remonstreeren. Ter plaatse zelf werd ds. Adrianus Smoutius, „10 jaar getrouw predjkant te •Amsterdam", ter oorzake van een zijner predikatiën tegen het Remonstrantsch kerkgebouw „met een briefken van hare Eers. [Eersaeme = den magistraat van Amsterdam] ter stadt uytgeset". Zijn geleerde ambtgenoot Johannes Cloppenburg was reeds vroeger naar

Leiden uitgeweken.

Daar reeds al de zes classen gealarmeerd waren, maakte de synode van Enkhuizen 1630 Smout's zaak geheel tot haar zaak. Aanstonds besloot zij: Wanneer een vroom predikant, onder pretext [voorwendsel] dat zijn prediking seditie [oproer] kweekt, door zyn stadsmagistraat wordt ontslagen en uit de stad geleid, zullen de gedeputeerden der synode voor hem bij de Staten remonstreeren. Geen suspensie of deportement van een predikant kan plaats hebben dan na kerkelijk oordeel (art. 10).

Om het verzet te fnuiken nam de magistraat van Amsterdam zich voor, sessie te nemen in den kerkeraad. Doch eenige dagen tevoren heeft de synode de sessie voor iedere kerk waar dit niet gewoonte was afgeslagen. Haar acht bladzijden lange artikel 63 is een doorwrochte verdediging van het recht der kerk.

Voorts vaardigde de synode tot tweemaal toe bezendingen aan den magistraat van Amsterdam af. Haar gedeputeerden maakten de zaak bovendien bij den Prins, en de Generale en Hollandsche Staten aanhangig. Niets hielp. Smout stierf ambteloos in 1646.