Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 8. Doopsgezinden, Socinianen, en aanstootelijke

nieuwigheden in noord-hollandsche synoden der zeventiende eeuw.

Een wilde loot der Hervorming was weleer de secte der Anabaptisten of Wederdoopers. Hun overschot wist Frieslands priester Menno Simons te hervormen tot de vreedzame Mennonieten of Doopsgezinden. Deze laatsten werden nog vaak gescholden of genoemd met den ouden naam. Behalve tegen de Remonstrantsche waakte NoordHolland ook tegen de Doopsgezinde confessie.

De zeer bekwame geschiedschrijver der oude Doopsgezinden verhaalt ons, dat het kenmerkende van het genootschap bestond in het zedolijk beginsel. Christus' kerk bloeie in haar oorspronkelijke apostolische zuiverheid. Doch hij verheelt niet, dat hun geschiedenis één relaas is van twist en scheiding. Juist niet streng zedelijk. Tot hereeniging der elkander verketterende groepen verschenen tal van belijdenissen. Den Gereformeerden werden zij punt van aanval.

In de synode van Enkhuizen 1624 (art. 34) rees de vraag:

„Off niet noodig sij de refutatie [wederlegging] van de laest uijtgegeevene confessien der Mennoniten?

Antw: Jae. En opdat de selfde saecke met den eersten gevorderd werde, is goedtgevonden, dat D. Rippertus Sixti Pt. [predikant] tot Hoorn, en D. Petrus Austrosilvius Pt. tot Enkhuijsen, de nieuw uijtgegeevene confessien der Mennoniten, die verscheijden sijn, sullen examineeren, en daervan in den aanstaende synodo rapport doen, ten eijnde alsdan op de refutatie der selver verder ordre moge gestelt worden" ').

1) 8. Blaupot ten Cate, Ges. d. Doopsgezinden in Holland, Zeeland, Utrecht en Gelderland, dl. I, Amst. 1847,314—328. Ds. K. Vos, Menno Simons, Leid. 1914. Uit de bibliotheek van het stedelgk museum te Alkmaar werd m\j door de voorkomende vriendelijkheid van den bibliothecaris den wcled. heer

Sluiten