Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Had reeds het gesprek raadsheer en griffier gunstig gestemd? Of won de gedrukte confessie de harten? Beiden droegen voor Outerman en de zijnen dit gevolg, dat de Staten in de belijdenis „contentement en vergenoegen namen en hen niet verder molesteerden" ')•

Acronius' classis Haarlem bracht als gravamen de confessie van Outerman reeds in de synode van Alkmaar 1626 te berde.

„27. gravamen Haarleraense. Hoe men best zal weeren de gruwelijke en lasterlijke leeringen van Jaques Outerman, ende sijne meedestanders, van de drie Goddelijke weesens, ende bepaelinge van het weesen des Vaders alleen in den Heemel, uitwijsende sijne scriften, als zijnde een seer slim gevoelen van deese secte, verschillende van het gemeen gevoelen der selfder secte".

Het antwoord luidde: Door een remonstrantie aan de hooge overheid, en een rapport aan het hof van justitie. D. Petrus Jacobi Austrosilvius wordt verzocht, het ordelijk te wederleggen.

De kerk zou Acronius dus krachtig steunen. Met weinig succes, naar we reeds zagen. De Staten zouden niet verder molesteeren. Op eigen terrein zette de kerk den

1) De belijdenis des geloofs, die op den 8 October 1620. aen de Ed. GrootMog. Ileeren Stalen van Hollandt en West-Vrieslandt is over-gelevert. Dooi' Jaques Outerman, ende oock aen-ghenomen ende onderteeckent is, van verscheyde andere Oudsten en leeraren, dor verëenighde Vlaemsche, Vriesche ende Hoogh-duytsche Doopsgesinde Gemeenten» in Hollandt. Te Vlissinglie, voor Geleyn Jansz, Boeck-verkooper.... Anno 1G66. [K blz.; in Alkin. bibliotheek als afzonderlijk geschriftje; daarin opblz.2:] Voorreden : Op 20 Sept. 162'i zijn voor ul. gecommitteerden, Johan Persijn raadsheer en Fraugois de Witthe grilfier van het hof van Holland, eenige vraagstukken voorgelezen aangaande de kennis van den eenigen God en de inensehwording onzes Heeren Jezus Christus. Mijn antwoord is opgeteekend, mg voorgelezen en tot inijn genoegen gesteld. Ik heb zonder lang bedenken geantwoord, hen 7» jaar oud en van verzwakte memorie, en word beschuldigd van een bijzonder gevoelen te koesteren afwijkende van de gewone confessie onier leeraren. Daarom geef ik mijn belijdenis uit, onderteekend door eenige leeraren uit andere steden.

Sluiten