Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

honderd Refugiés onderteekenden de acten der Dordtsche synode. Tot geruststelling van Noord-Holland werd dit door Colvius actuarius der Walsche kerken, aan deputaten tier synode meegedeeld.

Van den grooten koning tot den kleinen prins overgaande, zij allereerst herinnerd aan de loffelijke gewoonte der zeventiende en vooral der achttiende eeuw, 0111 van wege de Kerk de prinsen van Oranje jaarlijks te doen begroeten. Ten tijde der Republiek bestond nog een andere kerkelijke zede. Om de drie jaar brachten vijftien predikanten, afgevaardigden van al de provinciën, een plechtig bezoek aan Leiden en sGravenhage, om de Dordtsche schriftelijke nalatenschap en het handschrift der Leidsche bijbelvertaling te bezien. Hun samenkomst heette de Commissie tot de autographa of de Haagsche vergadering, coetus Hagiensis.

Toen nu de grootste wellicht der Oranjevorsten op den troon van Oud-Engeland zat en gelauwerd wedergekeerd was, maakte de Kerk van de geboden gelegenheid gebruik 0111 de banden tusschen den Vorst en haar zeil te versterken. Daarbij schaamde zij voor den stadhouderkoning zich harer belijdenis niet.

In de synode van Alkmaar 1692 (art. 9) „Maakten D. Deputati bij dese occasie bekend, dat bij de gedeputeerden van de Nederlandse Synoden in coetu Hagiensi [in de Haagsche vergadering], goed gevonden en besloten was, de eere te versoeken, 0111 sijn Koninklijke Majesteit van Groot-Brittanje te feliciteren, en dat reverendus Dominus Praeses [de eerwaarde heer voorz.l tefïens in sijn aanspraak, onder andre seer ernstig Hooggedagtt Sijne Majesteit versoeken soude, dat dog door Sijn hoge wijsheid gelievde te besorgen, de bewaringe van de orthodoxie, van de gereformeerde Kerke, volgens de vastgestelde en aangenomen Formulieren van enigheid, sijnde

Sluiten