Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Buiten Friesland werd allerwege het gevoelen van Roüll als onrechtzinnig veroordeeld. Reeds had de synode van Utrecht 1689 zich doen hooren. In de synode van Edam 1691 (art. 23) maakte de classis Hoorn de zaak der professoren Vitringa en Roëll aanhangig. Beducht voor den goeden naam der universiteit van zijn gewest, las de correspondent van Friesland uit de acten der synode van Sneek (art. 26) op, hoe die zaak nu ten volle bij de hunnen was afgedaan, en verzocht dat de synode haar wilde laten rusten.

Daarentegen vermeldde de classis Hoorn het gebesoigneerde in de Zuid-Hollandsche synode van Schiedam 1691. De correspondenten van Zuid-Holland lazen uit hun acten artikel 24 op. Het bevat extracten uit de tractaten van Roëll, door gecommitteerden ad causam [voor die zaakj gemaakt; het advies der commissarissen; en de conclusie der synode.

„ Welke stellingen uit seer pernicieuse beginselen voortkomende, die het gantse mysterie van het allerdierbaarste geloove staan te ondermijnen, hebben wij deselve van seer gevaarlike gevolgen geoordeeld, en gants strijdig tegen Gods Heilig woord, en de Gereformeerde Leere, bijsonder soo als deselve is bevat in de Nederlandse Confessie en Heidelbergse Catechismus, van herten wenschende, dat de voornoemde Boeken noyt in de Wereld waren geweest, of nog waren".

Zuid-Holland verblijdde zich over de zorg der Gedeputeerde Staten van Friesland, om die gevoelens tegen te gaan. Wij willen hun godvruchtigen ijver navolgen, door alle studenten, „vooral de leerlingen van dien man", in examinibus praeparatoriis en peremtoriis [in praeparatoire en peremtoire examens] te onderzoeken, en niet toe te laten tot het publiek predikambt, dan onder betuiging dat zij de voorzegde stellingen van harten verwerpen.

De Noord-Hollandsche classen zullen delibereeren en

Sluiten