Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door hot verschijnen van kometen, gesternten met nevelomhulsel en staart. Wie zou niet beven? De komeet van 1680 had een staart, die 20 millioen mijlen lang was. Geleerd en ongeletterd, vroom of onvroom, bijna ieder ontzette zich als voor onheilsprofeten des hemels. Niet alzoo Bekker. Als predikant van Amsterdam ontzegde hij hun het karakter van voorboden, in zijn geschrift „Ondersoek van de beteekenis der comeeten". Ook in Holland werd nu zijn rechtzinnigheid betwijfeld.

Cartesius' filosofie zou Bekker duur te staan komen. Uit de stelling: „Een geest is een denkende, een lichaam een uitgestrekte zelfstandigheid", leidde hij de meening af: Geen geest kan op een lichaam inwerken. Gods Woord maakt echter wel melding van geesten, die op menschen invloed oefenen. Dit heeft men derhalve overdrachtelijk te verstaan. Met de engelen der Heil:ge Schrift moeten brave menschen, met de duivelen kwade menschen bedoeld zijn. Ook Christus en Zijn apostelen en profeten waren van dit gevoelen. Zij hebben zich echter naai- de wanbegrippen hunner tijdgenooten geschikt. Van de geheele leer aangaande de goede en kwade engelen, als van „een zeer grove en schadelijke dwaling, welke de gansche Christenheid met de Joden en Mohamedanen onder de vrees des duivels hield", meende Bekker de christelijke Kerk te gaan zuiveren.

Welk een storm stak op, toen in 1691 „De betoverde weereld" verscheen. De wijsgeer predikant had niet enkel spokerij en tooverij, maar Christus' geloofwaardigheid en leer aangerand. Dat hij van liefde tot de waarheid en van het wegnemen van het deksel van vooroordeel sprak, kon toen evenmin als thans de dwaling bedekken ').

1) Zinspelende op de letter R in Latijn, Grieksch en Hebreeiiwscli (Krro-res), vervaardigde A. Reland op »De betoverde weereld" dit distichon : R liabet Ansoniuin liber liic, hahet Rque Pelasgum,

K liabet llebraeuin, praetereaque nihil, llekker's geschrift had ook een zeer verdienstelijk gevolg. Tot aan de

22

Sluiten