Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de geschriften der Steinbarts, der Evansons (vertaalde brieven), der Priestlei's, voorts Sebaldus Nothanker, ook de Patriottische Catechismus, en het Deuterojubilon, de Post uit het Nieuw Jeruzalem [Priestley, Historie der verbasteringen van het christendom, in Ned. vertaling], salvo meliori [namelijk judicio, behoudens beter inzicht].

Terzelfder tijd werd hoog geprezen het genootschap ter verdediging van den christelijken godsdienst inzonderheid tegen deszelfs bestrijders, te 's Hage opgericht. Ook werd aan de theologische professoren als verdedigers gedacht.

De classis Alkmaar als integreerend lid van deze synodus was absent. En in de classis Amsterdam was op dit stuk een appèl commissoriaal gemaakt, waar op nog geen rapport verscheen. De synode van Enkhuizen besloot om deze twee redenen, eerst het volgend jaar resolutie te nemen. Een beslissing die nimmer viel.

Bekende namen mogen ons overzicht besluiten.

Uit den Franschen tijd en de dagen die er onmiddelijk aan vooraf gingen, erkennen wij Nederlanders gaarne de groote gaven van Elisabeth Wolff—Bekker en Agatha Deken. In politiek en letterkunde, op de erve van kerk en wijsbegeerte muntte dit zeldzaam dubbel-gesternte uit. Zij waren de godsdienstige liberale schrijfsters van den pruikentijd. Evenwel „hebben zij zeiven ingezien, dat heur temperament meer dan eens haar te ver deed gaan, zoowel in haar antipathiën als in haar sympathiën". (Dr. A. W. Bronsveld) ')•

1) Johanna W. A. Naber, Eli/abeth Wolff—Bekker 1738—1804, en Agatha Deken 1741 —1804, uitgegeven door Teyler's Tweede genootschap, Ha.nl. 1912. Prof. dr. .1 te Winkel, De ontwikkelingsgang der Ned. letterkunde, IV 110—144, over lotgevallen en werken. Eerst in 1776 maakte Betje Wolir, wier man ds. Wolff in '77 stierf, kennis inet Aagtje Deken een collegiante. tWolfje» en «Aapje» waren oprechte vriendinnen. — Prof. te Winkel blz. 139—141 meldt niets van een negende deel der Historie van den Heer Willem Leevend. Dooli mej. Naber in de opgaaf der geschriften noemt blz. 329 op het jaartal 1784—1785: «Historie van den Heer Willem Leevend,

Sluiten