Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nen ijveren tegen geschriften in hun geest? Hun vrijwillige ijver bewijst, dat een sterke minderheid misschien zelfs een meerderheid in de staten-colleges der verschillende provinciën op handhaving der godsdienstige waarheid ernstig bedacht bleef.

Onze voorgaande paragraaf deed een rechtzinnige kerk, onze tegenwoordige doet een vrij rechtzinnigen staat in het Nederland der achttiende eeuw kennen. „De omwenteling van 1795 was het werk eener factie. Een antinationale daad" (Groen van Prinsterer).

Zelfs de overheden beschermden vóór dezen de symbolische geschriften onzer kerk, de Nederlandsche belijdenis des geloofs bovenal.

§ 12. De Gereformeerde kerken in Noord-Holland

tegenover rome én de remonstranten, dissenters en mystieken, hernhutters en oranje-nassau.

Alles is een vaardigheid, een kunst. Tot het verminken der mannelijke dieren toe. Een niet behoorlijk gesneden hengst, of een paard dat men met den houten hameiniet met afdoenden slag geklopt heeft, draagt den naam der niet geslaagde operatie. Men noemt hem klophengst.

Het arme dier is voortaan een middending. Soms is het lustig, als dong het nog naar het vaderschap. Maar nimmer zal het meer waarlijk dekhengst zijn. Klophengst is zijn scheldnaam.

Een Roomsch onderzoeker die bijzonder in qualiteit van geneesheer de spraakmakende gemeente beluisteren kon, bevond dat van dezen ruwen paardenkoopmansterm met te ver gedreven spot een oud nederlandsch godsdienstig scheldwoord is afgeleid. „Cloppen" of „clop-susteren" later „klopjes" heetten in de zeventiende eeuw Roomsche meisjes ook wel van stand, die op aanwijzing harer

Sluiten