Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zuid Holland heeft bij den raadpensionaris geklaagd over den calumnieusen [lasterlijken] brief van den Remonstrantschen predikant Valk, en extracten daaruit overgegeven. Deze zou de zaak onderzoeken ').

„De Classen waakten en gingen deese dwalingen tegen, wenschende dat de pogingen der Heeren Deputaten van een gewenscht succes mogen zijn. En daar de raeerderheijt nu wilde dat alle de Resolutien op het waaken, teegen de Arminiaansche dwalingen en pogingen tot accommoderaent [schikking, vergelijk] met de Arminianen, van tijt tot tijd bij den Christelijke Sijnodus genomen wierden nagesien, bijeen versameid en den Classen erinnert, is sulks bij deese Sijnodus gearresteert.

Stad en Lande, die het zelve Lemma heeft metZuijdholland waakt met kragt teegen de Arminiaansche dwalingen, waar van Ds. Correspondens uijt sijne acte een staal oplas, betrekkelijk op den geweesen Proffessor van der Mark, welke om afwijking van de zuivere Leere van sijn Professoraat is affgeset" 2).

Ter onderteekening door alle predikanten had de nationale synode van Dordrecht 1619 een formulier opgesteld,

1) Zuid-Holland bleef in actie. In 1743 werd Joh. van Eerbeek pred. te Huren om Remonstrantismus door de classis van Buren uit zijn ambt ontzet. In 1770 gispte Jan Cornelisz. Valk Rem. pred. te Leiden in een gedrukten brief het oordeel der classen Leiden, Voorne en Gorkum op de Z-Hollandsche synode geuit, haar beschuldigende «dat er in haare sijnodaale handelingen overblijfselen waaren van de duistere tijden van hierarchie, van onkunde, en van verwarde dagen; .. .dat de Sijnodaale besluiten zelfs een tegenklank waaren van de, vreede en gemaatigdheid ademende, taal, welke op elke bladzijde van het Evangelie voorkomt». Allerlei staatsresoluties inzonderheid die van 26 Juli 1731 [niet 1(1 Juli, YpeijJ bedreigden met straf zoodanige schrijvers, als zijnde «openbaare verstoorders van de gemeene rust der kerken dezer landen». De verbolgen synode van Woerden 1772 gaf terecht last tot de in den tekst genoemde klacht. Van resultaat bleek mij niet. Ypeij IX 236—238. En Kist, Archief Vil 327 v.

2) Fred. Adolf Van der Marck hoogl. in het natuurrecht, is 2 Febr. 1773 oin zijn afwijking van de formulieren van eenigheid uit zijn betrekking ontslagen. Ypeij Vil 411—420, Vlll 789—792. Ypeij en Derrnout, III543-559-

Sluiten