Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

staan van talrijke Deurhovianen. In 1741 begon de heimelijke druk van zijn nagelaten verklaring van het bijbelboek Job, waarvan de voortzetting verhinderd werd door het ingrijpen der Amsterdamsche stadsoverheid. Reeds waren deel één en 42 vellen van deel twee uitgegeven en niet meer te achterhalen. Een belangwekkende rechtszaak ontspon zich 1).

We worden daaraan herinnerd door de synode van Haarlem 1747.

„16. Licentieus boekdrukken. Deputaten verzochten plakkaat te verkrijgen tegen de geimprobeerde werken van W. Deurhof, en voornamelijk tegens zijn Commentarius over het boek van Job".

Men bleef waken, overal ter wereld waar Nederlandsche gereformeerde kerken bestonden. Een voorbeeld levert de synode van Edam 1751 in haar artikel 44, Indische zaken.

„Dus is die proponent daar [heel op Ceylon] geexamineert, omtrent als hier te lande, met detestatie van de gevoelens van Roël, Bekker, Deurhoff".

Over Antonius Van der Os predikant te Zwolle, wiens onrechtzinnigheid een zondvloed van geschriften opriep, wensch ik kort te zijn 2).

1) Sepp, Het staatstoezicht, 112 —114. Dez., Polemische en irenische theologie, Leiden 1881, 203—242.

2) Ypeij en Dermout, III 463-485. Ypeij, VII 376-394. Johannes van Abkoude gaf in 17.">6 een «Leijst» uit (opgenomen in zijn Vierde aanhangsel op het Naamregister van Nederduytsche boeken, die in de jaaren 1753, 1754 en 1755, zyn uitgekomen, Leiden C. de Pecker 1756, blz. 123—142) der 88 geschriften door, voor en tegen Van der Os geschreven. Zie er 22 en 28 aan toegevoegd door dr. A. G. Honig, Alexander Comrie, Utrecht 1892 diss., Bijlagen XLVI-LII. Over de zaak V. d. Os ontstond een hevige tweespalt — o tempora, o mores! — tusschen den oud-bataillonskapitein

Sluiten