is toegevoegd aan uw favorieten.

De geschiedenis der Nederlandsche geloofsbelijdenis

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wat voor. Zes predikanten verklaarden, dat zij wel stonden in het gevoelen der Remonstranten in de vijf punten begrepen, maar dat zij overigens „deselve formulieren [van eenicheyt] hielden voor schriftmatich", en dat zij „verwierpen ende detesteerden [verfoeiden] alle de leerpoincten der Socinianen, tegen de voorsz. aengenomene leere strydende".

Zelfs in die onderdrukkingsjaren 1608 tot'18 hadden de gedeputeerden der synode niet stil gezeten wat betreft het verzamelen van bedenkingen tegen de confessie. Betreffende het jaar 1608 luidt hun rapport:

„Is oock van deselve gerapporteert, dat sy hadden aengesproken de professooren der h. theologie ende de regenten in de universiteyt ende haer vermaent, dat sy hare bedenckingen over de Confessie ende Catechismum volgens den IIIen articul [van de acta der synode van 16081 souden willen openbaren; dat D. D. Gomarus ende Trelcatius hadden verclaert geene te hebben, maer dat D. Arminius hadde verclaert de syne te hebben, ende dat hy den gedeputeerden op haer versouck schriftelick soude antwoorden, de regent Petrus Bertius verclaerde desgelycx de syne te hebben, ende hadden belooft deselve over te seynden: dat D. Arminius namaels haer schriftelick hadde te kennen gegeven verstaen te hebben, dat de E. M. heeren Staten den classen hadden aengeschreven, dat sy hare bedenckingen souden met beslootene missiven overseynden aen hare Ed. Mo., dat hy meynde oock sulck bevel te sullen onfangen ende dat hy daernae hem soude gedragen. Ende is voorts by de voors. gedeputeerden cortelick verhaelt, wat sedert het houden des laetsten synodi tot op desen in de kercken van Suythollant publyckelick sich hadde toegedragen".

Juist waar de synode van 1608 den draad had laten glippen, vatte de synode van 1618 hem weer op. Het vierde gravamen der classen gaf er aanleiding toe.

„Alsoo den kercken alsnoch onbekent is, wat eenige