Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

predicanten op het schryven van de Ed. Mo. heeren Staten van Hollant ende Westvriesland van date den 23 November anno 1608 voor bedenckingen over den Catechismum ende Confessie souden mogen overgesonden hebben aen hare Ed. Mo., gelyck de Remonstranten in haer Naerder Bericht pag. 111 sulcx bekennen gedaen te hebben, dat allen ende yegelicke predicanten vermaent mogen werden; volgende de resolutie des particulieren Suythollantschen synode anno 1606 art. 41 ende anno 1608 art. 3, in hare classe in te brengen alle soodanige hare bedenckingen, opdat deselve door dese particuliere synode tot de nationale synode affgehandelt worden".

Hoe ernstig men nu tien jaar later weder naar aanmerkingen op' de belijdenisschriften zocht, blijkt overvloedig uit het artikel der notulen] hetwelk gravamen vier behandelt.

„X. De derden articul des laetsten gehoudenen synodi geresumeert zynde, by dewelcke belast wort, dat alle de kerckendienaren, onder dese sinode gehoorende, die eenige bedenckingen tegen ofte over de aengenomene leere, in de Confessie ende Catechisme verclaert, souden mogen hebben, deselve binnen den tyt van een maent nae de insinuatie in de classen souden openbaren, is van de classen verclaert, dat in geene derselver soodanige bedenckingen zyn ingebrocht, maer dat by missive van de Ed. M. heeren Staten van date den 23 November anno 1608 belast was, dat sulcke bedenckingen met beslotene brieven aen hare Ed. Mo. souden werden overgesonden om by haer Ed. Mo. bewaert te worden tot den synodum [nationalem]. Ende alsoo diesangaendeoock in het vierde gravamen vermaent wort, oft niet goet ware, dat alle deselve bedenckingen, die de Remonstranten in haer Naerder bericht pag. 111 bekennen overgesonden te hebben, op dese particuliere synode souden mogen innegebrocht ende geopent worden om, door deselve tot den synodum nationalem overgebrocht synde, te bequaem-

Sluiten