Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rechtzinnige predikanten aan als de grootste twistmakers. Deze oratie was zoo onverdraagzaam, dat zelfs zijn partijgenoot Brandt later meldde: „De verstandigste liefhebbers der Remonstrantsche saeke waeren met soodaenig een voorspraek als Barlaeus was, wel gedient; maer eenigen uit hun oordeelden, dat sijn stijl van schrijven scherper was, dan de standt der saeken kon lijden".

Iedere partij trachtte het buitenland in te lichten en voor zich te winnen. Zoo beschreven in 1617 gedeputeerden der classis Walcheren den stand des geschils in een brief aan een Gereformeerd predikant te Rouaan, begeerende het advies der Fransche Gereformeerden. Toen de brief tot kennis der Remonstranten kwam, beantwoordde Barlaeus met hun goedvinden de Zeeuwsche missive met een langen brief. Beide epistels verschenen op naam der Remonstranten in druk, meest ten dienst der uitheemschen.

Heeft hier of daar een Remonstrantsche kerkeraad een smeekschrift aan prins Maurits overgeleverd, in 1618 verscheen in druk zekere klacht en bede aan den heer prins van Oranje op naam der Remonstranten. Algemeen hield men Barlaeus voor den schrijver van dezen open brief.

Toen de Remonstranten die voor de nationale synode verschijnen zouden te Dordrecht kwamen, gingen zij de uitheemsche theologanten in hun logementen bezoeken. In 't gemeen vonden zij de buitenlanders meest allen zeer onkundig van hetgeen hier te lande in het kerkelijke was omgegaan. Tot hun onderrichting overhandigden zij twee geschriften. Eerst den gedrukten Latijnschen brief van Barlaeus tot beantwoording der classis Walcheren. Dan een Latijnsch vertoog.

Tot hulp der geciteerden bevonden zich te Dordrecht eenige Arminiaansche predikanten en studenten. De eerste dien Brandt noemt, is Caspar Barlaeus.

Tijdens de Dordtsche synode bevond Barlaeus zich onder de toehoorders, van dag tot dag aanteekeningen makende ').

1) Later gal hij ze in het Latijn uit als Epistolae eccles., 1U60, p. 512 538.

Sluiten