Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zich vreedzaam. De kerk van Leiden zal arbeiden om hem indien doenlijk weder te winnen ').

Dank zij doortastende maatregelen, is in de synode van Gouda 1620 het Remonstrantisme reeds een geheel overwonnen partij- Orde en rust der kerk zijn blijkbaar weergekeerd. Slechts één predikant werd nog gedeporteerd.

Hoogst belangrijk was het synodaal besluit (art. 78) betreffende gravamen 20. Vooreerst om de saamvoeging der trits die we, nu al, voor het eerst ontmoeten. Confessie, catechismus en canones. Ook heet het drietal reeds formulieren van eenigheid. De volle naam „Drie formulieren van eenigheid" is nog maar een quaestie van tijd.

Doch veel belangrijker is de inhoud zelf van het artikel. Hij betrett het Dordtsche onderteekenings-formulier van confessie, catechismus en canones2). Daarmee verklaarden alle kerkdienaars hun instemming met de rechtgevoelende leer. Maar in de classis Dordrecht was oppositie gerezen. We zullen haar ook elders ontmoeten. De Goudsche

1) Nog in liet jaar zijner rampen ontving Barlaeus van Abraham lloininicus Feenstra predikant te Heerenveen een handschrift ter inzage, „De fondamenten of gronden der eenigheit en vrede tusschen de Christenen, ofte van de kenteekenen waer door inen de noodtsaekelijke van d' onnoodtsaekelijke dingen in 't stuk van religie kan onderscheiden". Daarin onderscheidde deze de betwiste punten, als zijnde deels goud, zilver en kostelijk gesteente, deels hout, hooi en stoppelen, liet hoeveel instemming zal Barlaeus het doorlezen hebben. In het droevigst jaar voor de Remonstranten, ten tijde der pas ontdekte samenzwering tegen prins Maurits (6 Febr. 1623), trof hem een zware slag. Schout Bont te Leiden, den bekenden Arminiaan op straat ontmoetende en een stuk papier uit zijn dijzak ziende steken, hield hem staande en ontnam hem dat papier. Gelukkig raakte het de conspiratie niet. Het was een Latijnsch vers, of een brief van een zijner vrienden. Onze man kwam inet den schrik vrij. De schrik was echter zóó groot — men hoorde toen dagelyks van vangen cn spannen en pijnigen — dat Barlaeus een betreurenswaardige zwakheid bedreef. Om zich van alle kwaad ver moeden te bevrijden, ging hij tot driemaal toe bij de Contraremonstranten ter kerk. Daarop verviel hij in een zeer zware melancholie, die voor verstandsverlies deed vreezen. Van uit Frankrijk hebben bijzonder Wtenbogaert's brieven hem opgebeurd.

2) Zie Hfdst. IX § 4, 170—173.

13

Sluiten