Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stadspredikanten met verrekijkers de geweldpleging bespiedden.

Doch na eb volgt vloed. Het aantal Remonstranten te Rotterdam, eerst merkelijk geslonken, wies sterk. Bovendien was welhaast de stedelijke magistraat opnieuw Remonstrantsch gezind.

Op verzoek der Zuid- en Noord-Hollandsche synoden waren in 1626 en '27 de staatsplakkaten tegen" de Remonstranten vernieuwd. Ook moest het Hof van Holland zorgvuldig waken tegen verboden godsdienstige vergaderingen l). Want de groote meerderheid in de Staten van Holland was anti-remonstrantsch.

Doch ziedaar een droef voorbeeld van de onbeholpenheid der staatsregeling. De minderheid wilde niet hooren van het maken van „eeuwige edicten". In 1626 bij de verandering der regeering van Amsterdam was ook daar het stadsbestuur in Remonstrantschen geest omgezet. In de twee machtigste steden weigerde men nu volstrekt de vernieuwing der plakkaten, en zoo men er toe besloot de afkondiging. Voor herhaling der bloedtooneelen beducht, voerde de Rotterdamsche stadsregeering de plakkaten niet uit.

De tweespalt zou nog wassen. En de oplossing de verwarring ten top voeren. In 1628 verzochten de Remonstianten bij de Hollandsche Staten opnieuw om vrije godsdienstoefening. De meerderheid kantte zich sterk daartegen. Rotterdam en Amsterdam eischten inwilliging. Ten slotte verwees de staatsresolutie van 25 Juli 1628 elk naar zijn bijzondere wethouderschap. Iedere stad besliste dus voor zichzelf.

Dit besluit droeg verschillende gevolgen. In Amsterdam en Rotterdam gingen Remonstrantsche wenschen

1)J. Wagenaar, Vaderl. historie, XI 70. Over het Remonstrantisme >n Botterdam van 1624-'-28 zie het Leven van P. de Fijne, achter dl I van zijn Traktaatjes, 5de uitg., blz. 36—48.

Sluiten