Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tion jaar na de anti-remonstrantsche Dordtsche synode van 1627 werd in dezelfde stad algemeenc rechtzinnigheid geconstateerd. Artikel 50 der synode van Dordrecht 1637 luidt:

„Is bij deselve broederen [der classis van SchielandJ voorgestelt ende gevraecht of niet noodigh ware, dat de respectieve Classen ende kercken onder desen Synodo gehoorende werden ondersogbt, of bij deselve oock wierden naergevolght de resolutie Synodi Dordracenae, de A°. 1627, Articulo 20, begrepen, spreeckende van de aenneminghe der Remontstrantsche leedematen, ende de onderteeckeninghe van de acte van naerder veibintenisse ')• Van gelijcken oock, hoe het moghte toegaen met de onderteeckeninghe van studenten ofte proponenten in 't admitteren tot 't examen praeparatorium, ende is daarop bij alle de respective Classen geantwoordt, dat onder hare respective resorten deselve ordre werde gevolght, ende door des Heeren genade voortaen gevolgt sal werden".

De synode van Gorkum 1622 had bepaald, dat de proponenten ongeveer hetzelfde formulier als de predikanten ten bewijze van instemming met de kerkleer zouden onderschrijven. Met verzwijging van die vergadering dringt de synode van 's Gravenhage 1684 (art. 46) de zaak nogmaals aan.

„Op het vierde gravamen is goet ghevonden, dat alle proponenten, eer sij tot den praedickstoel weiden toeghelaten, onderteeckenen de acten in Synodo Nationali voor de proponenten ghemaect; dat sulx oock tot versekeringe van andere Classen in hare attestatien gheinsereert, ende in alle Classen eenpaerich ghepractiseert werde".

Ook buiten Holland ijverde men voor de rechtzinmg-

1) Zie IX § 7 en § 15.

Sluiten