Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heid der candidaten in de theologie. Blijkens de acta der synode van Gouda 1640 iart. 63) bepaalde de Groningsche synode van Appingedam 1640 (art. 16):

„Is geoordeelt, dat in examinibus candidatorum methodus [in de examens der candidaten de methode] behoort libera [vrij] te zijn; maer nochtans de quaestiones, definitien, ende andere saecken so sullen gemoveert worden, dat d'examinator ende candidatus d'ooge stedes slaen op de catechismus ende Nederlantse confessie, ende op goede autoren, als Ursinus ende diergelijcke; ende dan oock dat getracteert worden niet problematica [twijfelachtige vragen, strijdvragen] maer liever fondamentalia [fondamenteelu waarheden], insonderheyt de controversien [twistzaken] tegen Arminianen, Papisten ende Mennonisten, dewijle die haerlieden meest raecken".

Hetzelfde blijkt uit de notulen der synode van Woerden 1635 (art. 49). Zij bevatten uittreksels uit de acta der correspondeerende synoden, zooals die van Overijssel te Deventer in 1635 gehouden. Daarin komt voor Artikel 54.

„Verclaren d'aenwesene broederen te staen ende blijven in eenicheyt der leere naer Godes Woort, in den catechismo, confessie ende canonibus Synodi Dordrechtanae verclaert".

Nadat in October 1637 Breda veroverd was, hadden de stadsmagistraten, bij acte van prins Frederik Hendrik gemachtigd, drie predikanten in zijn naam beroepen zonder kennis van eenig kerkelijk college. In de synode van Delft 1638 (art. 17) deelden de broeders der classis van Buren bij behandeling dezer zaak mee, wat door hen in gelijk geval „tot bewaeringe van het recht des Heeren Jesu Christi in sijn kercke was gedaen". Dat namelijk die beroeping was geredresseerd „door het instellen van een ander formulier, conform den Woorde Godts, onse Christelijcke confessie en goede kerckenordeninge". De synode vaardigde nevens haar vier depu-

Sluiten