Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die tot de reformatie in de meierij van den Bosch gecommitteerd waren, opening gedaan van hetgeen dienaangaande verhandeld werd in de groote kerkelijke vergadering, die van 21 Juli tot 15 December 1648 binnen den Bosch was gehouden geweest').

Eerst veertien, daarna twee-en-dertig, later nog zes of zeven predikanten, benevens schoolmeesters en voorlezers, waren in de meierij aangesteld. Hoe pijnlijk zou de positie dezer pioniers zijn 2).

De synode van Schoonhoven 1650 (art. 3) wenschte, dat Gereformeerde landheeren hun hoeven of woningen

1) J. van Oudenhoven, Besehrijvinge vande meyerye van 's Hertogenbossche, editie 1649. .1 F. Foppens, Historia episcopatus Silvaeducensis contin. episcop. et vicar. gener. series et capitul. abbatiarum et monaster. fundationes. Brux. 1721. J. H. van Heurn, Hist. der stad en meyerye van 's Hertogenbosch, Utr. 1776—'78. 4 dln. J. A. Coppens, Nieuwe beschrijving v. h. bisdom van 's llertogenbosch, 'sliert. 1841, 5 dln. L. II. C. Schutjes, Kerkel. ges v. h. bisdom 's Hertogenb., 's Bosch 1870— '82, 5 dln. Dr. W. P. C. Knuttel, De toestand d. Ned. katholieken ten tijde der Republiek, 's Grav. 1892, 2 dln. J. C. A. Hezenmans, 's Hertogenbosch van 1629—1798, 's Bosch 1899. Dr. W. Meindersma, De Geref. gemeente te 's Hertogenb., 1629—1635, Zalt-B. 1909, diss. Dez., De Geref. kerk in de stad en de meierij van den Bosch gedurende de XVIIde en XVlIlde eeuw, in Theol. tijds. 1911, blz. 179-202. Dez., Be groote kerkel. vergid. van den Bosch in 164*, in Ned. archief voor kerkges. VU (1909), 125—165.

2) Zie hun eenvoudige Instructie, in Ned. archief, t.a. p. 161—165. Punt 21: „Eijntelyc sullen oick deselve de gewoonlijko formulieren ondert eekenen".

Wonen onder een verbitterde Hoomsche bevolking deed nu juist niet juichen „ik woon in het midden mijns volks''. De Zuid-Hollandsche gecommitteerden der Bossche vergadering deelden mede, „dat niet alleen gemeyne luyden, die der kercke wel geneghen waren, daerom bespot, ja bont en blau geslaghen wierden, maer ook self der predicanten en ouderlinghen huysen groote vilijnye [gemeenheid, snoodheid] en overlast leden, en ook noch daerenboven de publijcke godsdienst wiert gestoort, ile kercken door de papisten toe gebollewerckt, de kerchoven met meenighto van menschon beset, dat niemande onbesien ol ongedrijght daerin inocht gaen, jae onder den godsdienst selfs de kercke van toebackdrinckers en vedelspeelders ingenomen, met veelderlv diergelijcke onverdraeghelichcden".

Sluiten