Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In de notulen der synode van Gorkum 1671 (art 45), onder de extracten der correspondeerende synoden, trekken die van Overijssel onze aandacht. „Art. 41. 't Boekjen van Velthuysen" ').

In betrekking tot Rome gedroegen de Gereformeerde kerken van Zuid-Holland zich zeer prijswaardig.

De Gereformeerden in de landen van Gulick, Kleef en Bergen stonden aan zware vervolgingen bloot. De gedeputeerden der Zuid- en Noord-Hollandsche synoden drongen bij de Generale Staten ernstig op tusschenkomst aan. Werkelijk smaakte de synode van Leiden 1658 (art. 36) de voldoening te kunnen notuleeren, dat staatsbrieven verzonden waren aan den hertog van Nieuwburg een neo-lutheraan, en aan den keurvorst van Keulen. Het resultaat bleef onvermeld 2).

In diezelfde notulen (art. 76) komen extracten voor

1) Bedoeld is liet Tractaet van de Afgoderije en superstitie, 2de druk, Amst. 1670, van den medicus-wijsgeer Lambert Velthuysen. Acta, IV 585 v.

2) 11 Febr. 1676 kwam Michiel Ad.de Ruyter met zijn vloot voor Napels. Op zijn dringend verzoek ontving hij van den Vice-Roy de vrijheid van 23 Ilongaarsche predikanten, die op de galeien gebannen waren. De ontvangst op de Hollandsche vloot dier door lijden gebroken grijsaards was aangrijpend. „Zij waren doodsbleek en gerimpeld ; men zag hier en daar, door het gescheurde slavenpak heen, builen en wonden aan hunne uitgemergelde ligchainen, en de aandoening, daardoor zelfs by de ruwste matrozen gewekt, was algemeen". „En sijn denselven dato, noch aan ons boort gekomen, seer arinelik en jammerlik om aentesien ; als verscheurt en schier geen kleederen aan het lijf, gelijk in het gemeen al de slaaven, die op de galeien sitten" [de Ruyter in een brief aan zijn schoonzoon B. Soomer pred. te Amst.j. J, P. Sprenger van Eyk, De martelaars d. Piot. kerken van Hongarije, in de zevent. eeuw. Gedenkschrift hunner hevige vervolging door de Jezuiten, voorbeeldige standvastigheid en eindelijke verlossing. Dordr. 1845. Ook tot hun verlossing droeg de Keik bij, of gaf den stoot. De deputaten der Zuid-Uollandsche synode maakten van hen melding daar zulks behoorde. I)e Staten Generaal schreven aan de Ruyter. Deputaten ontvingen een zeer bewegelijken dankbrief der Ilongaarsche predikanten, die in de synode van Dordreoht 1676 voorgelezen werd. Acta dier synode art. 14, bij Knuttel, Acta V 145.

Sluiten