Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vlissingen als argument-pro te berde brengen : Onze classis kent geen dienaren des Woords voor lidmaten der classis, dan die de artikelen des geloofs der Nederduitscbe kerk onderteekenen mitsgaders de acten der synode. Hiermee kan slechts bedoeld zijn het classicale confessieboek, zooals we er in het voorgaande hoofdstuk ') een drietal leerden kennen. Bijkans alle Nederlandsche classen voerden zulke geschreven boekjes in de jaren 1572 tot 1600 in. De formule die daarin onderteekend wordt is zeer kort, slechts vier of vijf regels. Men bekent er mee dat de belijdenis, of de belijdenis en de catechismus, in alles in Gods Woord gegrond is. Meer niet (Amsterdam). Soms met de toevoeging, dat men belooft niet te leeren dat hier tegen strijdt (Dordrecht). Maar dat is dan ook alles.

Tegen het opkomend Arminianisme was dit geheel onvoldoende. Juist Zeeland, de synode van Veere, ontwierp dus een veel uitvoeriger onderteekenings-formulier. Dit is de eerste maal, dat niet een classis maar een synode voor een provincie de formule opmaakt. Over negen jaar zal men nog kerkelijker handelen. Dan statueert de nationale synode van Dordrecht het formulier voor het gansche land.

Het Veersche formulier herhaalt met plechtigen nadruk de bekentenis van zoo even. En voegt er de verklaring aan toe, dat men afwijking van de leer niet voorstellen zal dan in classicale en synodale vergaderingen, en aan dezen desverlangd een nadere verklaring der geloofsmeening zal geven, op straffe van als scheurmakers gecensureerd te worden. Dit nieuw formulier telt minstens twintig regels. En werd te Groningen in 1613 en te Dordrecht in 1619 gevolgd 2).

1) Mijn VIII § 9, 160-163.

2) Ds. Knipsel)eer 128. „Wanneer de synode Ie Veere in 1610 daarom de onderteekeningslorinule verscherpt, geschiedl dit niet dan na verzet vooral van de classis Tholen, die dat verzet volhoudt tot op 1618 .

De synode „verscherpt". Men verscherpt het bestaande, en stelt of be-

Sluiten