Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eerst na achttien jaar zou er weer synode zijn ')•

„De geesten der profeten zijn den profeten onderworpen" (1 Cor. XIV: 32). Naar Gereformeerde uitlegging van deze schriftuurplaats mogen ja moeten geloovigen, ook buiten alle kerkverband om, met elkander over Gods woord en waarheid raadplegen. Of gelijk men voorheen wel zei: De heilige schrift recommandeert ons onderlinge conferentiën tot oplossing van leergeschillen. Doch hoe is deze „vrijheid van profeteeren" (libertas prophetandi) te rijmen met het Dordtsche onderteekeningsformulier voor predikanten? Want dit schrijft voor dat men bedenkingen tegen de leer (dubia) noch openlijk noch heimelijk zal voorstellen, maar ze tevoren aan kerkeraad, classis en synode openbaren zal.

In Holland had dit aanleiding gegeven, dat twee leden der classis Dordrecht aarzelden om te teekenen 2). In Zeeland maakte het meerendeel der classis Schouwen of Zierikzee eerst ook zwarigheid, vooral op grond van 1 Cor. XIV. De classis ordinaria van Schouwen 27 April 1622 vernam, dat de synode van Goes reeds deze zwarigheid had gemoveerd. En werd op dezelfde gronden als de synode gerustgesteld. De nationale synode had geenszins bedoeld den apostolischen regel te breken. En een predikant mocht zijn dubia communiceeren met dien kerkeraad, met die classis of synode zijner keus, waarvan hij de beste onderrichting mocht verwachten.

1) Synode van Leiden 1629, art. 6 [Synodus Nationaell] [gedeputeerden en classis van Dordrecht blijven belast]. „Ende alsoo de Nationale Synode niet en kan gehouden worden, tenzij dat de provinciale Synoden in elcke provincie worde geobserveert, 'twelck in de provincie van Zelant niet en geschiet, soo is goet gevonden dat de Deputati des Synodi in [lees: naar] Zeelant sullen schrijven, om van den tijt wanneer bij haer een coetus gehouden zall worden, te mogen werden verwitticht, ten eynde deselve Deputati niet alleen de bevorderinge van de provintiale S\node zullen recommanderen, inaer oock daertoe haeren dienst ende hulpe aeubieden". Dr. Knuttel, Acta I. 292.

i) Zie mijn IX § 14, blz. 185—187. Brandt IV 803—807.

Sluiten