Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

armzaligste, meest orthodoxe geloof, namelijk door de stelling: we willen niet onderzoeken. Doch ik zal u wat zeggen en wel, dat we met ongelijke wapenen vechten, als we hier beginnen te debatteeren. Gij weet, naar ge zelf gezegd hebt, niets van 't heele spiritisme, dan wat gij vanavond gezien hebt. Nu hebt ge heden avond een bedrieger helpen ontmaskeren, hebt dus iets negatiefs geleerd, zelfs nog een schrede teruggedaan. Ik echter kan zeggen sinds jaar en dag rond te dwalen in deze vreemde, wondere wereld, die spiritisme wordt genoemd. We zouden samen veel moeten bespreken, of niets. Een paar korte redeneeringen hebben geen doel.

— Gij zijt dus zelf...

— Ja, ikzelf ben spiritist, 'k zie geen enkele reden het te ontkennen.

Over de Leipzigerstraat trilde tegelijkertijd de gewone bliksemstraal van middernacht, op welk oogenblik toenmaals de electrische lantarens werden uitgedoofd.

Donkerder, flauwer, geheimzinniger lag de Meinacht over de zwarte huizen. Een menigte nieuwe sterren glansde op aan 't zware gewelf. Het was, alsof 't opeens warmer werd, nu het koude wit der lantarens niet langer lichtte, en uit het roodachtige, matte licht klonk het geratel der rijtuigen doffer.

We hadden den hoek der Friedrichsstraat bereikt; ik was blijven staan, en hij moest in mijn gezicht lezen, wat ik niet uitsprak, maar het scheen hem niet te hinderen. Met een zweem van jovialen humor, dien men slechts, als men zeer vaststaat in zijn overtuiging, ten opzichte van een tegenstander gebruikt, ging hij verder: — Ja, ja, maar daarom hoeft u niet voor den heksenmeester te vluchten, doctor, men kan spiritist zijn, en toch nog een zeer fatsoenlijk mensch.

— Zeker, graaf, zeide ik, gedwongen lachend, maar dan zijn we toch op dit punt zulke volslagen tegenvoeters, dat wij 't beste doen, ons onderhoud een andere richting te geven.

Inderdaad was niets zoo ver van mij als na alle gebeurtenissen, diep in den nacht te gaan twisten met een nieuw, misschien eerlijker, maar daarom toch niet minder onwijs lid van die duistere bende.

Een lange pauze viel in; dan, trots mijne schier onbeschofte afwijzing, hernam de graaf:

— Tegenvoeters, zegt gij. Maar bij slot van rekening wandelen Europeanen en Nieuw-Zeelanders in weerwil van hun verschillende beenstelling toch op dezelfde kurieuze

Sluiten