Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

romantischer! opschik, zooals die tenslotte zelfs ons, nuchtere menschen uit den machinetijd, nog altijd onuitroeibaar door het hoofd spookt: een wit profetenkleed, opgehouden door een gouden gordel, wild, blauwzwart haar in groote golven tot de schouders omlaag fonkelend; alleen, in extase luisterend naar het lied der bladeren, trotsch, ongenaakbaar voor vreemden, wanneer al misschien niet in het feitelijk bezit ervan, dan toch in het vaste geloof aan de bovennatuurlijke kracht in haar jonkvrouwelijke borst — een nieuwe Velleda, de helden der wetenschap betooverend met haar sfinxoogen.

— Daar is miss Jackson al, zei de graaf opeens, onze schoone wijsgeer komt van de lotusjacht terug, wat een verrukkelijke ruiker.

En daar was ze, toch nog ietwat anders dan ik mij haar voorgesteld had.

*

Wanneer ik heden, nu ik het sprookje van dat wilde jaar neerschrijf, aan het beeld denk dat mijn oog toen gretig, en toch bijna teleurgesteld, omdat het zoo eenvoudig was, opnam, dan gaat er door mijn stil studeervertrek, over mijn beelden en bloemen, een adem, een geur, een melodie, waarin alles, alles schijnt samen te smelten, wat er leeft aan smart en zaligheid, aan smartelijke zaligheid op deze sombere aarde.

Meer dan ooit gevoel ik dan vol ontroering dat dit heele menschenleven een droom is, een droom vol heimwee en vertwijfeling — het moet een droom zijn, waarin het liefelijkste en het droefste onuitwarbaar dooreenstrengelen, waar de roos zich slingert om het folterkruis, de smart om de liefde — waarin ons menschen ontmoeten, in wie hun noodlot zelf radeloos is, menschen, die brandend-heete kussen op onze lippen drukken, op onzen schouder steunen, en midden in den kus ons doen sidderen door hun wilden angstroep: — Red mij! Red mij! en die toch voor onze koortsigbrandcnde oogen wegzinken - zinken — zinken — waarheen toch?

Het graf is maar een menschenwoord, het is het ledige, waar we niets meer zien, het vervloeien van den droom — en ten slotte is ook droomen maar een zinledig menschenwoord ...

Sluiten