Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mijn hoofddoel heider vóór me, kon ik nu ook de schoone keerzijde van het geheel, de bekoring van dit heerlijke uitstapje in een vreemde streek, zonder gewetenswroeging genieten.

Wat waren die beide logeerkamertjes heerlijk mooi! Van uit de slaapkamer overzag men door de wijd geopende vleugeldeur een klein salon van blauw fluweel; op de kleine, glanzende schrijftafel stond een ouderwetsch klokje met vergulde Amortjes, het tapijt had teere rozenknopjes met lichtgroene bladeren op een witten grond in een omlijsting van glanzende, gouden franje; door de oude ruitjes van de beide vensters, waarin matte kleuren glansden, had men een verrukkelijk uitzicht, juist op de geurende bloesemsneeuw van het veranda-dak en daaroverheen op de honderden roode vlammen van den muur van kastanjeboomen om het park. Hier zou ik wel lange vacantiemaanden aaneen hebben willen wonen, maar daar was helaas bij de tempelschendende bedoelingen, waarmede ik de penaten van dit huis genaderd was, weinig kans op.

Een oude parfum hing in deze ruimte; de porseleinen herders- en herderinnenpoppetjes naast het klokje glimlachten, als uit vervlogen tijd. Wie kon hier al wel vóór mij gewoond hebben? Misschien een lief klein meisje, een of andere lang gestorven Spreewoudgravin, die met haar sierlijk handje iederen morgen, van af het kussen van het kozijn, haar rozen afplukte, die in den tijd van Rousseau 's nachts smachtend naar de maan keek, misschien ook wel naar de serenade van een of anderen minnaar luisterde, dien haar teer gezichtje met de gepoederde lokken en de mouches op de roode wangetjes hierheen gelokt hadden van de wateren van Trianon of van de Brühlsche terrassen naar het eenzaam Wendische oerwoud. Het venster lag zóó laag, in de kleine slaapkamer met het groote, heel groote paradebed hing een zoo zoet halfduister, zulk een sfeer van buiten het geraas der wereld dommelende luiheid, dat het me werkelijk heel dwaas leek, dat iemand zijn modern, toch al zoo nerveus hoofd onrustig op dat kussen kon bewegen onder allerlei zotte spiritisme-droomen. Wanneer hier al geesten spookten, dan waren het stellig veeleer kleine, lieve, lustige Amortjes, slaapkruid strooiende engeltjes met rococo-gezichtjes, duiveltjes uit het verleden, zooals die dansen om een oud bed, waarop jeugdige liefde haar bloesems gestrooid heeft, bloesems, waarvan de plek den geur nog schier onmerkbaar bewaart, al waren ook de lippen, die

Sluiten