Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lil.

k stond tegenover het voldongen feit — het was voor mij in dit oogenblik een verlossing. Een scherpe snede had de randen van de wond eescheiden. dip

toen niet meer aan één genezen konden, en het was of de koortshitte nu eerder af- dan toenam.

Ik vouwde het telegram zeldzaam kalm toe, en sloot het in 't zelfde vak, waarin reeds het verzegelde protokol lag. Daarna wiesch ikin de slaapkamer gezicht en borst een paar maal met koud water, kamde mijn verwarde haren, en nu: Eruit! Eruit! Weg uit die spokenkamer — weg, in de frissche morgenlucht — daar konden de gedachten doorgaan het onvatbare trachten te vatten, het opgedrongene te aanvaarden, er zich in te schikken, zooals dat altijd ging. Ik nam stok en hoed en ging door het benauwde portaal de straat op. Het werd een wondermooie dag, een bespotting van het duister in mijn binnenste. Ik boog om den scherpkantigen, rooden steenkolos van het gerechtshof met zijn stijve koningsgestalten boven het portaal, die hier als deurwachters oprezen bij een plaats der verschrikking, met zijn hol-oogige torens, door wier openingen het zachte vergeetmij-niet blauw van den morgenhemel glimlachte.

Mijn denken was nog als verlamd, alleen mijn oogen schenen te leven. En mijn blik klampte zich vast aan dit reeds duizendmaal aanschouwde beeld met dezelfde innigheid als toen ik het de eerste maal genoot, als ware deze heele wereld van werkelijkheid gedurende een eindeloos langen nacht bedreigd, ja reeds verloren geweest voor mij en als werd ze me nu onverhoopt teruggegeven.

Ik dacht aan den ochtend in het Friedrichspark... hoeveel er lag tusschen toen en nu — in twee dagen.

Aan den overkant van de Spree, waar ik al wandelende gekomen was, wenkte de Diergaarde, een heimwee greep

Sluiten