Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In het volgende oogenblik was het mij reeds duidelijk, dat dit beslist het eenige noodzakelijke was, datgene, wat ik niet alleen doen kón, maar doen moest.

Ik had iets beleefd, wat allen, hij ook, tot dusverre ten sterkste in twijfel getrokken hadden. Maar de wetenschap buigt zich ten allen tijde voor de feiten, daarop berust haar vooruitgang. Haar deerde het niet of stelsels inéénstortten. Als de waarheid maar bleef.

Niet naar de zonderlinge gemeente in het Spreewoud behoefde ik als berouwvolle zondaar terug te keeren, ik had een beteren advokaat. Ik zag het ernstige, vorschende gelaat van den man voor mij, voor wien er geen personen, doch alleen feiten bestonden. Ik hoorde hem nog zeggen: — Niets is onmogelijk, het ergste is: zonder meer te hechten aan het gezag; de wetenschap is geen rustbed, ze is een ladder, die we willen bestijgen en we zijn tegenwoordig nog heel benedenaan.

Het feit dat ik hem bracht, was vernietigend voor onberekenbaar veel van wat wij — hij ook — tot dusver geleerd hadden. Maar het stond onomstootelijk vast, daar konden nooit twee verschillende meeningen omtrent zijn. Ja, als een onbekende het hem was komen rapporteeren. Maar ik gevoelde in deze minuut met welbehagen, dat ik oneindig veel meer voor hem moest zijn, hij had mij nog immer geloofd — geloofd volgens die stilzwijgende afspraak, dat onuitgesproken vertrouwen in het eerlijke zelfbewustzijn van den ander, dat van echte mannen van het onderzoek één groote gemeente vormt, waarbinnen eeden noch politietoezicht noodig zijn. Hij zou mij zonder jaloezie de konsekwenties helpen trekken, die te trekken waren. Zonder verdere overwegingen besloot ik: — Op, naar hein toe!

Zonniger, milder scheen mij opeens dit ochtendstille hoekje van het park. Ik had het verband met die wereld weer teruggevonden, waaraan ik door gewoonte en liefde verknocht was; het ontzettende gevoel van alleen te staan,

week van mij ik bracht immers waarheid en wie in

dit teeken stond, kon in die gemeente nooit een eenzame, een verlatene zijn.

Met vaster, sneller schreden sloeg ik den weg naar de stad in.

Ik wist dat vóór negen uur de professor geen college hield. Toch was het voor een particulier bezoek wèl een heel ongewoon uur. Maar ik wist hoe de onvermoeide werker

Sluiten