Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in hem gesteld, nooit méér verlangend aan zijn lippen gehangen had dan nu. En ik zag nu opeens een gelaat, dat mij heel vreemd voorkwam, terwijl het lichaam steeds verder in den zetel terug zonk, zoodat het bijna onzichtbaar werd. Om zijn wenkbrauwen en om de mondhoeken lag een trek van bitteren spot. Maar wacht — ik kende toch deze uitdrukking ook. Zoo keek hij bij de staatsexamens een examinandus aan, van wien hij reeds bij de eerste antwoorden duidelijk gemerkt had, dat iedere poging op een kalen, woesten bodem stiet en dien hij alleen voor den vorm verder examineerde.

— Lieve vriend, zeide hij eindelijk, en in de klank van zijn stem lag een sterke aanvulling van zijn spottende gelaatsuitdrukking, — vertel me toch eens — hoe is het toch — — maar dat zijn wezenlijk heel merkwaardige

verhalen, die ge me daar et tu, Brute? Hoor eens,

neem me niet kwalijk, maar ik verbaas me — verbaas me. En is dat alles, wat ge me komt vertellen?

— En is het dan niet een ongeëvenaard geval, heer geheimraad?

— Ja, maar — een geval — een toeval, wilt ge toch

zeker zeggen, zooals er — overigens zijn gelaat

werd plotseling ernstig, — het spijt me zeer van uw vriend. Er ligt een vloek op die dingen — als men bedenkt hoe om niemendal, zuiver om niemendal — — — zulk een kostbaar iets als een menschenleven ....

Hij wilde alles nu schuiven op die treurige duelgeschiedenis, alsof de rest onverschillige bijzaken waren.

— Maar in ernst, heer geheimraad, hoe kunnen we zulk een zielswerking verklaren?

Het viel mij moeielijk deze woorden uit te brengen, ik begreep zijn houding niet.

Zijn spotachtig lachje kwam weer terug, sterker nu, hij hief de hand op en liet die tweemaal op den arm van zijn stoel neervallen, terwijl zijn blik door het venster naar den blauwen hemel zag.

— Verklaren? Wilt ge ieder toeval verklaren?

— Ja, maar hier is toch geen sprake van toeval — mijn vriend verschijnt mij

— Ach, loop heen — U hebt levendig gedroomd, en uw herinnerningen hebben zich later verwisseld.

We keken elkaar een paar seconden zwijgend aan. Beneden rommelde de tram voorbij. Ik zag hoe de glimlach van zijn gelaat week, toen ik hem zoo aanstaarde; zijn gelaat kreeg een harde, bittere uitdrukking.

Sluiten