Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de, om den knop van zijn stoel liggende, rechterhand:

— Toen ge dien droom hadt, was het, zooals ge zeidet, elf uur. Het telegram meldde eveneens elf uur. Waar kwam het vandaan?

— Uit Maagdenburg.

— Hebt ge het verschil in tijd tusschen Maagdenburg en Berlijn in aanmerking genomen?

Nu moest ik even wachten met antwoorden. Daar had ik inderdaad nog niet aan gedacht. De vraag kwam zoo snel en zoo onverwachts dat ik geen tijd had mij helder rekenschap te geven hoe dat tijdsverschil wel werkte. Ik was ook juist niet in een toestand om rekensommetjes te maken. Ik zei dus wat me 't eerste inviel. Bij het vertellen had ik eerst gezegd, dat de klok juist elf geslagen had. Nu herinnerde ik mij, dat dit toch eerst even na het visioen geweest was.

— Ik geloof inderdaad, zeide ik aarzelend, nog half bezig om mij dat tijdsverschil juist voor den geest te halen, ik geloof dat het niet op de minuut af elf uur was — iets vroeger — misschien vroeger dan ik weet — ik zal dadelijk informeeren naar dat tijdsverschil . . .

Een heftige ruk — hij had zijn armstoel achteruit geduwd en was opgestaan. Ik stond eveneens op, nog onzeker wat hij wilde. Maar nu lachte hij onverholen, met een bitteren lach, die geen twijfel overliet:

— Zeer goed, heer doctor, zeide hij. U zult informeeren en daarmee overeenkomstig een anderen tijd opgeven voor uw visioen. Laten we de verdere discussie over deze zaak maar afbreken.

Hij leek me zeer oud toe in dit oogenblik, er was geen vuur meer in zijn oog, hij zag er niet meer uit als een vóórgaand leider, maar veel meer als een mismoedige grijsaard, die zich wrokkend in zijn positie verschanst.

Terwijl ik dit dacht, voelde ik plotseling zijn hand zwaar op mijn schouder.

— Mijn jonge vriend, zeide hij met scherpe stem, wij begrijpen elkaar vandaag niet. Ge weet, dat ik u waardeer. Ik verheug mij altoos, als ge mij wat goeds brengt. Maar heden verheug ik mij niet. Pas op! Het net, waarin ge misschien geheel te goeder trouw geraken zult, heeft al menigeen van ons weggevangen, pas op!

Hij stond nu zóó dicht bij mij dat ik ieder rimpeltje van zijn eenvoudige, op de naden ietwat afgesleten, jas kon zien, ik zag de knoopjes in het trillende lorgnetkoordje, de

Sluiten