Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van een schilderskroeg zou hebben kunnen teekenen. Frey, zonder jas of vest, in een gewoon grijs tricot sporthemd, een eerwaardig doorgerookte pijp in den mond, die trouwens niet aan was, en rondom de gewitte muren van een echte hoerenkamer, waarop echter door de van wingerdranken omsponnen vensters een warme, groene schemering viel, die deed denken aan een tent in de schaduw van het woud. Over den met verf en olievlekken als een oud palet overdekten vloer lag overal heen een goddelijke atelierchaos: schilderslinnen, hooge rollen met gekreukte randen, verftubes in alle grootten en met etiketten in alle nuances, een dikke, glanzend bruine koffiekan, waaronder een blauwe spiritusvlam lekte, een paar pakken verslonsde muziekcahiers, in een hoek, letterlijk begraven onder den rommel, een klein klavier, een paar rozenstekken, die uit gebrek aan plaats eenvoudig op den grond gezet waren, op gevaar af dat de een of ander ze stuk trapte, ongewasschen vaatwerk, waarin nog resten van eten, korstjes kaas, appelschillen, een leege champagneflesch, glinsterend elegant midden tusschen een batterij grauwe, Wendische bruinbierkruiken — en op dat alles zooveel hoopjes asch, zooveel stof uit het park, zooveel verf- en vetplekjes in alle kleuren der regenboog als maar eenigszins mogelijk was. Waar nog een leege plek was, waren versleten lappen en in olie gedrenkte vodden neergeduwd. Alleen van schetsen en schilderijen zelf was niet veel te bespeuren, geen afgewerkte stukken versierden den kalen wand, geen studiën naar het naakt, niets — en op den schildersezel vóór den kunstenaar prijkte een absoluut leeg doek.

Frey begroette mij met zijn gewone, droge woordenkarigheid, waaraan echter iets hartelijks bijgezet werd door de echt vriendelijke uitdrukking zijner oogen. Ik verontschuldigde mij, dat ik hem zoo vroeg kwam storen. — Och, zei hij met zijn diepe, ietwat sleepende stem, ik heb al wel dadelijk gedacht, dat dit weer zoo'n lamme dag zou worden, dat een mensch weer niets uitvoert. Neem me niet kwalijk, ik meen het zoo erg niet. Weg daarmee! Goed, dat ge gekomen zijt. Neem toch plaats, hier of daar... Hij keek rond alsof hij over zes fauteuils te beschikken had, toen schoof hij heel rustig zijn éénigen stoel naar voren. — Zoo, juffrouw Ernestine nu moeten we onzen gast wel een kop koffie voorzetten — niet?...

Het jonge meisje was dadelijk nadat zij binnen kwam op de koffiekan toegevlogen, die op 't punt was over te

Sluiten