Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

koken en, machtige stoomwolken uitblazend, zijn inhoud uit te spuwen over een groot palet. Nadat deze catastrophe gelukkig voorkomen was, bleek het dat van de drie koppen van den inventaris er twee voor schildersdoeleinden aangewend waren. Een daarvan kon nog dienen, de derde werd door een drinkglas vervangen. Een poging om een sigarenkistje voor den dag te halen, veroorzaakte een lawine en toen het stof opgetrokken was, bleek er geen een meer in te zijn. — Fataal, zei Frey, dan hebben we er geen een meer. Ook nu weer redde Ernestine ons door haar sigarettenkoker te voorschijn te halen; ze stak voor mij een lucifer aan en reikte Frey een fidibus. Daarna klauterde zij op den kant van een sofa, waarvan ik het bestaan nu begon te vermoeden onder een berg muziek, liet haar mooie voetjes schommelend omlaag hangen, rookte en luisterde lief bescheiden naar onze conversatie, die langzamerhand begon te vlotten.

Frey interesseerde mij bijzonder. Maar ik wist niet goed hoe ik hem moest aanpakken om iets uit hem te krijgen. Zijn schetsen wou hij niet laten zien. — Ba! al die vroegere kunst is niets dan rommel! In plaats daarvan deed hij mij wel een kwartier lang belangrijke mededeelingen over de beste soorten rooktabak en aanverwante materialen. En toch lag er over zijn wezen een eigenaardige bekoring. Ik wilde met alle geweld het gesprek op Lilly brengen, maar dit ontweek hij nóg stelliger: — Vrouwen moest men eigenlijk heelemaal niet schilderen, die hebben iederen dag een anderen snoet. Niets gedaan!

Ik had al in menig atelier, evenals ook nu weer hier, zitten rooken en babbelen. En toch had dit vertrek een bijzondere bekoring voor me. Dat kwam voort uit mijn stemming. Als hoogste element in de kunst had voor mij jarenlang de dienst der waarheid gegolden, het volstrekte realisme. Hoe vaak had ik daar niet een lans voor gebroken. En als nu die waarheid eens een heel andere was...? Zou dat geheimzinnige bovenwereldsche, dat ik op het spoor was, niet vóór alle dingen machtig inwerken op de kunst? Als nu eens die oude esthetica, die ik zoo trots bestreden had, het toch eens bij 't rechte einde had, nader stond bij het mysterie? Als de kunstenaar nu toch eens, bij intuitie het absolute zag, de gedachte los van de stof? De eene steen na den anderen brokkelde af van mijn gedachtenpyramide, door dat ééne bovennatuurlijke feit...

Een licht tikken aan de deur schrikte ons op uit ons vreedzaam gekeuvel; het was de graaf.

Sluiten