Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de poorten van liet mysterie zóó wijd open. Het is nu zaak om van deze buitengewone kans te profiteeren, het is als een Venus-doorgang voor de zon, die voor de astronomen slechts alle jubeljaren voorkomt.

Frey had zijn pijp neergelegd en krabbelde nu met een stuk krijt iets op een houten lijst. Toen de graaf zweeg, zei hij zonder op te kijken:

— Ervan te profiteeren. Zeker! Voor die arme wormen na ons, die het heele aardsche moeras nóg eens zullen moeten doorkrabbelen. Voor ons zeiven ware het ten slotte maar het beste, als we den heelen rommel, liever van daag als morgen, heelemaal over boord gooien konden en zelf naar de geesten gaan, waar het geheel der kennis is, in plaats van die enkele ellendige brokstukken.

De graaf streek ietwat onrustig over zijn baard.

— In beginsel hebt ge gelijk, Frey. Maar toch is dat spelen met lucifers. Wat we hier beneden kennis noemen, zijn inderdaad maar brokstukken. Goed. Maar sinds ik den troost heb, tenminste een heel klein beetje echte kennis te kunnen veroveren, voel ik dubbel sterk de roeping in me te moeten leven al was het dan alleen maar voor wie na ons geboren worden. Zoolang wij het mysterie zelf niet kunnen verhinderen dat er telkens weer opnieuw blinde, troost behoevende menschen geboren worden, is het juist voor degenen, die weten, een misdaad aan de wereld te ontvluchten. Voor mij is het bewustzijn die arme slachtoffers door mijn werken verlichting te kunnen brengen, een geluk, wat bij geen ander haalt. Ook niet het volkomen persoonlijk opgaan in die andere wereld. De dood komt immers tóch? En geest ben ik hier, zoowel als daar. Hier ben ik een pionier, daar misschien een ridder in een of ander kapittel van gelukzaligen. Wanneer achter al die geesten een groot centrum staat in den geest van wat de menschen zich als Qod denken, dan heeft deze oergeest mij niet voor niets op dezen grenspost gezet en dus zal ik volharden, zoo lang ik kan. Het andere komt altijd vroeg genoeg vanzelf.

Ik lette toen niet op de geraffineerde dialectiek in die woorden en het scheen me toe dat er een echte eenvoudige grootheid uit sprak. Frey staarde nu droomerig het raam uit, zijn gelaatstrekken hadden iets hols, iets knokigs.

— Nu, vecht dan maar voor wie na u komen, graaf. Aan steenen en rotte appels zal het niet mankeeren. Niets van alles wat wij hebben zal ooit bezit worden van de blinde schaapskoppen, die de massa vormen. Deze of gene

Sluiten