Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

neming liet bewijs van de mystieke inwerking eigenlijk alleen geleverd kon worden door de manier van schrijven en door den aard der antwoorden. De vraag was of Lilly antwoorden neer zou schrijven, die in geen geval uit haar eigen denken konden voortkomen. Voor mij, die nu het algemeene geloof aan de realiteit dezer dingen meegebracht had, lag juist in de verfijning van het heele procédé, dat alle grove «wonderen» buitensloot, een ongemeene bekoring. Zelfs de donkere kamer zonder getuigen viel hier weg, de laatste herinnering aan de bedriegerijen van mister Thomas verdween. Alles wat te zien zou zijn, zou ongedwongen in ons midden geschieden. We zouden om den leunstoel geschaard blijven en zelfs vrijelijk het verschijnsel kunnen waarnemen dat Lilly in slapenden toestand verviel.

De séance begon. Recht tegenover het medium aan de andere smalle zijde der tafel nam Frey plaats.

Hij sloeg een klein schetsboek open om Lilly's trekken in somnambulistischen toestand te noteeren. De kapitein ging links van haar aan de lange zijde zitten en doopte zijn pen in om zijn protokol op te maken. Walter, Ernestine en ik gingen zóó zitten, dat we de vellen papier onder Lilly's rechterhand in 't oog konden houden.

— Wacht nog even, miss Lilly! zei de graaf, toen alles geregeld was. — Wees zoo goed en schrijf met uw gewone handschrift een paar woorden boven aan het papier. Dat is om u, heer doctor. — wij anderen kennen haar hand

Lilly, die met het hoofd moe tegen de leuning lag, zag mij bij die woorden even aan. Om haar dunne, bleekroode lippen speelde een matte glimlach, wat aan haar trekken iets wonderzoets gaf, een betooverende bekoring. Het kwam snel op en verdween ook snel weer. — Waartoe? Je gelooft immers ook? scheen er in dien glimlach te liggen. In het volgende oogenblik boog ze het hoofd voorover en het potlood, met lang uitgestrekte vingers vastgehouden vloog snel over het papier.

«De waan is kort, 't berouw is lang. Lilly E.Jackson.»

De halen waren vast en recht, en vormden groote, Latijnsche letters. Geen sierlijk Duitsch meisjeshandje was het, maar het echte kantoorschrift van een zelfstandige Amerikaansche. Nergens was een spoor van overbodige krullen. De handteekening was bijna in het papier gestoken in plaats van erop geschreven, met een enkelen, dik uitloopenden haal, die bij de punt begon. Wie nooits iets anders gelezen had dan minnebrieven van Duitsche vrouwen,

Sluiten