Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

trilde en de graaf was weer aan 't vragen gegaan. Eén zijner verlangens raakte het gebied der wiskunde en in plaats van eert antwoord in zinnen kregen we nu plotseling een algebraïsche formule. De zin ervan was niet onmiddelijk helder, maar de wijze, waarop ze neergeschreven werd, nam al onze belangstelling in beslag. De cijfers kwamen zoo snel op het papier alsof het inwendige oog ze uit een boek aflas. Logarithmen werden zonder tafel uit 't hoofd opgeschreven. Eens vielen bij een deeling verscheidene cijfers uit, zonder dat het quotiënt daardoor veranderde, ze waren blijkbaar alleen bij het schrijven, maar niet in den geest vergeten. En de hoofdzaak was: de heele becijfering verloor zich zoover in 't gebied der hoogere wiskunde, dat zelfs de meest ongeloovige nu moest toegeven, dat dit niet meer van Lilly kon uitgaan. Het scheen zelfs alsof de geest juist bijzonder veel schik had in deze algebra, want hij brak eerst af — nog midden in de uitwerking — toen het papier op was en hij aan het uitglijden van het potlood moest kunnen merken, dat hij op het groene tafelblad werkte.

En aldoor, ook nu nog, viel de lichtstraal op deze hand, terwijl de gestalte in het donker bleef, en geen onzer, die niet het demonische daarin gevoelde. Wij allen, de schilder, de philosoof, de gewone auteur, wij zagen toch iederen dag deze menschenhand, die het potlood voerde? En toch had juist dit schouwspel, dat in slaap verstijfde lichaam, dat als dood tegen den stoel leunde en de vingers die alleen druk bezig waren als een wit, wemelend dier, als een poliep, die nu eens zijn armen uitstrekte en ze dan weer tot een kluwen oprolde, voor ieder onzer iets volstrekt ongedachts, onverwachts, dat ons hart deed trillen onder de huivering van het oogenblik.

Een nieuw blad was weer voor Lilly gelegd. Walter wilde nu een vraag stellen. Maar terwijl hij nog sprak en we wachtten op de bewegingen van het potlood, vertrok opeens Lilly's gelaat, haar hand zonk slap neer — een zwakke gil, een buigen en krommen van haar lichaam als liep een werkzame reflexgolf door het ruggemerg, en toen een tweede, luidere gil, waarbij tegelijkertijd beide armen zóó omhoog gingen, dat het potlood in een wijden boog uit de uiteengespreide vingers door het vertrek vloog — en de oogen openden zich weer, groot, star, met een uitdrukking van onbeschrijfelijke ontzetting.

Ernestine was bij de eerste teekenen van het ontwaken

Sluiten