Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

II.

e wijzers Ier kleine, vuile klok aan het Postdammer station naderden langzaam de cijfers elf en twaalf. De graaf had ons "reeds aan het fiörlitzerstation

veriaien, op z'n laatst om zes uur zouden wij hem in zijn stadswoning gaan afhalen, daarop was ik met Lilly naar haar tandarts gewandeld. Tegen één uur zouden wij op een afgesproken plek weer bij elkaar komen, om samen den namiddag dood te slaan, zoo goed en zoo kwaad het ging. Met een laatsten, lachenden groet der groote geestesoogen, was mijne schoone godin van het licht verdwenen. Nu stapte ik onrustig, in gedachten verdiept, door de Potsdammerstraat op het mij welbekende café Josky aan. Het café, 's avonds meestal tot den laatsten stoel bezet, was op dit uur nagenoeg leeg. Een paar zwijgende oude heeren, die de ochtendbladen lazen. In een hoek twee dikke in 't zwart gekleede dames, die inkoopen gedaan hadden. Wat had ik hier niet reeds een gelukkige, ernstige, lichtzinnige uren doorleefd. Wat zou ik Thérèse zeggen, als zij kwani, of zou zij niet komen? Dat ware mij eigenlijk liever... Ik was in een nieuwe wereld, en bekommerde mij niet meer om de verzonkene. Wat gaven mij de paar bijzonderheden over Eamonds dood, die ik te hooren zou krijgen. Daarboven in onze wereld was de dood een niets. Wat zou Thérèse daar echter van begrijpen? Misschien werd zenogjaloersch op Lilly. Ik begreep niet hoe ik mij vroeger bij Thérèse gelukkig en bevredigd gevoeld had. Het jaar in hare nabijheid was stilstand geweest, nu echter was ik in nog geen drie weken een menschenleeftijd gestegen. Een stormachtig «vild egoisme brandde nu in mij, en mijne gedachten verdrongen zich aldoor om het eene punt: Lilly, Lilly. Thérèse had daaraan geen deel. Een kwartier ging voorbij. Als Thérèse eens wegbleef? 't Zou het beste zijn geweest, 't Kon zijn, dat het consult van Lilly slechts

Sluiten