Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de dingen wel hun beloop moeten nemen, de toekomst zou het wel in orde maken

Zoo nu en dan liep er een naar de brug en deelde zijn waarnemingen omtrent het weder mee. Tegen half tien, juist toen wij de lamp aangestoken hadden, viel er een lichte regenbui, die de bladeren bevochtigde, doch nauwelijks vijf minuten aanhield. In de kastanjes bleef het sterk waaien in weerwil van hun beschutten stand en somwijlen hoorden wij het verre huilen van den wind in het elzenwoud. Om half elf brak de maan vluchtig door, verdween echter weer en bleef van nu af met een roodachtigen kring echter een groot, wit-groen wolkenveld glimmen, dat langzamerhand als een zacht voortrollende sneeuwlawine over het gansche hemelgewelf trok. Toen de wijzer van de ouderwetsche wandklok op half twaalf stond, brak de heele tafelronde als op een gegeven teeken op. Het ongeduld had zijn hoogste punt bereikt, ieder wilde naar het park. De graaf wekte zijn hond, die naast de sofa geslapen had en zei: — Kom, te vroeg kunnen we nooit komen!

De gracht aan beide zijden van de parkbrug verloor zich in den nevel. Het was alsof de pas gevallen regen warmer was dan de lucht en in lichte wolkjes wegdampte uit het natte oevergras.

Toen ik buiten de zwoele hitte der zaal was, gevoelde ik een lichte huivering, die stellig meer veroorzaakt werd door mijn opwinding, dan werkelijk door de koelte, maar die toch op het oogenblik dat ik met de anderen den vochtigen zandweg wilde inslaan, den wensch in me deed opkomen mijn zomerjas te halen, die in de hal hing. Ik liep snel terug, verloor echter eenige oogenblikken daarmee en toen ik voor de tweede maal over de brug ging, hoorde ik de stemmen der vooruitgaanden reeds ver voor mij uit in het zwarte park. .

In dit moment viel mij opeens in: wat zou Lilly in dit oogenblik wel doen? Ik keek om. Aan den overkant van de gracht verhief zich in het matte schemerlicht van het witte wolkenbaldakijn het slot als een reusachtige, vormelooze massa. Lilly's vensters waren de eenige aan de zijde van het park, die verlicht waren, een der beide stond open en wierp een smallen lichtkegel in het nat-glanzende loo. van den kroon van den kastanjeboom er tegenover. Ik meende de schaduw van een gestalte daar binnen te zien. Wat de graaf gezegd had van het uitzicht daarboven in

Sluiten