is toegevoegd aan uw favorieten.

De godin van het licht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ge haar in 't ongeluk willen storten? O, dan komt ge aan het rechte kantoor. Alsof ik er een woord van gelooven zou!

Ik begreep dat dit zijn laatste uitvlucht was in zijn vertwijfeling. Voor de eerste maal speelde hij den graaf... Maar mijn eigen smart was te groot, mijn verdooving te sterk. In plaats van hem te antwoorden, keerde ik mij, evenals bij Lilly boven, ook hier om en ging heen, zonder wrok, alleen heel onverschillig. Wat kon t nnj schelen, of hii een gek was. Niet met hem — met mijzelf moest ik klaar komen. Ik ging naar mijn kamer en leunde tegen het hoekje van de sofa. Geen licht, niets, ,k wilde n ets. Mijn voet stiet tegen mijn ingepakte koffers. Goed dat die gereed waren — weg moest ik toch. O God. O God. Ik steunde met het hoofd op de hand. Het maanlicht gleed over mijn vingers. Wat nu? Alles draaide voor mij rond. Het was niet te begrijpen, ik hief het hoofd op, wron§ de handen, drukte de nagels in 't vleesch. Daar zwom de maan in het groen, wit, koud, bewegingloos. De kastanjes stonden daar als een witte muur. Waanzin, waanzin.

Na een poos werd er zacht aan mijn deur geklopt. Eerst meende ik dat ik me vergiste. Nog eens werd er geklopt.

— Wie is daar? ,, , ,

— Ik ben het, zeide een matte stem. Het was de graaf. Hij stak mij beide handen toe. Ik was te treurig om te wrokken, en had die korte scène al weer vergeten Ik greep zijn handen. Hij stond in de schaduw, maar i< zag hem trillen, zag zijn gebogen houding.

— Wilhelm, ik was slecht, vergeef mij. Maar t is te veel. Het was al goed. — Laat dat maar.

— Zeg, heb je bewijzen? .

— In haar schrijftafel liggen dagboeken van je ove

Nelly. En ze bekent. ,

— Die vrouw! knarste hij. Na een pauze: — m naar tafel; kom dan mee, we zullen ze halen. Eerst de bewijzen,

e" dfk'volgde willoos. Misschien had hij gelijk, men moest de bewijzen hebben. Van haar wilde ik niets meer.

Lilly's deur was gegrendeld. Niemand antwoordde op

ons kloppen.^ graa{> met mijn ou{je deuren zal ik 't

nog wel^klaarspe ^ grende, brak Hij moest in zijn woede

een reuzenkracht hebben, want het klonk als een schot toen het ijzer stuksprong.