Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eenmaal zoo. Zeg mij alleen dat eene, Otto, heb je, heb je ^ -T voe.de, da, ui, deze betraande

00ge2_Tenee1cehnUld°? tSdThtTangzaan,. - Ik heb

een mensch vertrouwd, dat was mijne schuld.

Nu wist ik dat Lilly gelogen had, gelogen om een laatste straal van glorie om zich te werpen; gelogen, om een reddingsplank te vinden, gelogen. _

— Otto, zei ik zacht, grijp je aan, we moeten toch

lawel, zei hij, zich plotseling strak oprichtend, het

gansche gezicht nog nat — wij, wij moeten stellig wat doen.

Hij ging een paar schreden op de deur toe, langzaam, alsof hij nog probeeren wilde, of hij nog kon looP^nDaarna stootte hij haastig uit: — Jij — wacht — een oogenbli. — blijf hier — ik — ben gauw weer terug.

Ik hoorde zijn schreden de trap af. En een lange pauze trad in. Ik staarde naar de maan, dat fonkelende hel

scheen mii lam te slaan. ... ,

Plotseling klonk van beneden een schreeuw, een gillend hulpgeroep ..." ik stortte de trap af — en zag beneden in den maanverlichten corridor twee schaduwachtige gestalten, achter elkaar jagend — nu vloog een deur open — t was de kamer van den graaf. In twee sprongen was ik benede n. Ik hoorde geen schreeuwen meer, kwam ik te laat. Nee , maar toch bleef ik, als verstijfd, in de deur staan Het groote studeervertrek was leeg, maar de deur naar d kleine bibliotheek, waar de spiritistische litteratuur stona, was wijd open, 't volle maanlicht viel door t raam naar binnen. En, midden in dit licht lag Lilly, spookachtig, bewegingloos, de oogen star naar rechts. Nu eerst zag k de?^ graaf, in de schaduw, maar er fonkelde iets in zijn hand, de loop van een geweer. Zijn wild kon met terug. Ik wist dat hij haar zou dooden, en toch had geen heme sche macht mij tot haar redding kunnen zenden, want alles was het werk van een seconde. H,j zelf aarzelde Had de toovenares hem nog ééns onder de macht har oogen? Nadat zij eerst schreiend was weggevlucht. Nu hoorde men de klanklooze stem van den graaf:

— Vrouw, heb je bedrogen? Ja, of neen? En, metaal

schero het antwoord: neen!

't Was het laatste woord. Het schot kraakte los en

een roode vuurwolk — de tragedie was geëindigd.

Sluiten