Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INLEIDING.

De vriendelijke ontvangst, die aan mijn geschrift „Polyphemus een gorilla" niet alleen in Duitschland, maar ook in de buitenlandsche bladen is te beurt gevallen, heeft mij aangemoedigd, mijne opvattingen omtrent het zoogenaamde gebrek aan verstand der dieren, die ik in dat werk reeds had aangeduid, en die afwijken van de gewone opvattingen, nader te motiveeren.

Waarom meenen wij, dat het dier geen verstand heeft ? De meeste menschen zullen van meening zijn, dat het overbodig is op eene dergelijke vraag een antwoord te geven. Zij zullen er zich op beroepen, dat de gevallen, waarbij zich zelfs hooger georganiseerde dieren schrikbarend dom gedragen, zóó talrijk zijn en zich zóó voortdurend herhalen, dat iedere twijfel zoude moeten verdwijnen. Men behoeft, zoo hoort men zeggen, slechts de oogen te openen, om bijvoorbeeld het volgende waar te nemen: paarden schrikken voor de onschuldigste voorwerpen, zooals een mijlpaal, zij gaan op hol en rennen zinneloos tegen huizen en boomen aan ; stieren werpen zich woedend op een rooden doek; schapen, die met moeite uit een brandenden stal gered zijn, vliegen daarin terug; honden blaffen tegen een draaiend rad; roofdieren zijn bang voor vuur; het wild is bang voor gewone lappen, enz.

In dit werk tracht ik het bewijs te leveren, dat die opvatting onjuist is. Daartoe heb ik een deel der stof, die

Dr. Th. Zell, Hebben de dieren verstand ? i

Sluiten